Enkele mensen die op een zondagavond in hun stamcafé aan het kaarten waren, raakten verwikkeld in een gesprek over Osschaart. Eén van de mannen zei: "Als je hem tegenkomt, moet je je vest naar hem gooien. Hij zal dan heel tevreden zijn". Toen de…
Een man ging 's nachts in een weide van een weduwe stiekem wat appelen stelen. Toen de man wilde terugkeren langs een gat in de omheining, werd hij echter tegengehouden door een weerwolf. Daardoor moest de man tot 's ochtends in de weide blijven.
Twee vrienden kwamen 's nachts terug van de kermis bij het Sas van Heist. Toen het tweetal onderweg een zwarte kater tegenkwam, sprak één van de jongens: "Ik zal dat beest eens een schop geven!" Daarop antwoordde zijn vriend echter: "Neen, dat mag je…
Een meisje had een ontstoken wonde aan haar knie, die maar niet wilde genezen. Op een dag kwam er een boerenzoon uit Arendonk op bezoek, aan wie de moeder van het meisje vertelde over de kwaal van haar dochtertje. Daarop zei de boerenzoon: "Ik ken…
Een vrouw vond het vervelend dat haar helderziende buurman alles wist wat ze deed. Nadat de vrouw zich door de Passionisten in Kortrijk had laten overlezen, zei de tovenaar die naast haar woonde: "Ze heeft zich laten overlezen, nu kan ik niets meer…
Om zichzelf tegen de maar te beschermen, moest men zeggen:
"O Maar, gij lelijk dier
Kom deze nacht niet hier
Alle waters zult gij varen
Alle bomen zult gij blaren
Alle grassprieten zult gij tellen
Komt mij deze nacht niet kwellen".
Een moeder kreeg altijd kolen van een vrouw uit de buurt. Omdat het kind altijd ziek werd nadat het van de kolen had gegeten, legden de pater een medaille onder de dorpel, zodat de buurvrouw niet meer binnen kon.
In Avelgem woonde een man die altijd ruzie maakte met een onzichtbare verschijning die hem achtervolgde. "Zie jij niemand?", vroeg de man altijd aan voorbijgangers, maar hij was de enige die de verschijning zag. Telkens wanneer die man iets wilde…
Een pastoor beweerde dat hij ongehoorzame mensen in een fles kon trekken. Toen enkele kwajongens in de tuin van de pastoor appelen wilden stelen tijdens de preek, bleven de dieven aan de boom plakken. Ze werden pas bevrijd toen de pastoor uit de…
Een moeder had haar kindje op een dekentje gelegd, toen een vrouw met schoensmeer kwam leuren en zei: "Mevrouw, jij hebt toch een mooi kind!" terwijl ze met haar hand over het kind bewoog. Kort daarop begon het kind te huilen en kreeg het diarree.…
In Pepingen woonde vroeger een toveres. Een man raakte altijd klem met zijn kar wanneer hij voorbij het huis van die vrouw reed. Wanneer de vrouw dan naar buiten kwam, kon de man weer moeiteloos voort met de kar.
Dwaallichtjes vertoefden vooral op vochtige plaatsen. Wanneer een dwaallichtje op de kar van een boer kwam zitten, konden de paarden geen stap meer verder.
Op een boerderij had men veel ongeluk; de boer stierf en met de dieren was er altijd iets vreemds aan de hand. Op de boerderij kwam vaak een oude vrouw op bezoek, die toverboeken bezat. De pastoor wilde die toverboeken afnemen, maar de vrouw weigerde…
Wanneer er een kind geboren werd, moest men altijd met z'n tweeën naar de vroedvrouw gaan. Het was immers zeer moeilijk om er te geraken omdat de heksen de mensen op allerlei manier probeerden tegen te houden.
Een vrouw kende een formule tegen de maar, die als volgt luidde:
"Aze mare verre vare
krup deur ol de spleetjes van 't dak
eer da'j in mijn bedde gerakt".
Een boer die op een avond terugkwam van het café, geraakte niet over de brug omdat er een kat verscheen, die zei: "De dag is voor u, de nacht is voor ons".
Enkele mensen konden geen boter meer maken sinds de dag dat een vrouw bij hen melk was komen halen. Een pater van Steenbrugge is de boerderij komen overlezen. Men heeft die verdachte vrouw daarna nooit meer binnengelaten. De pater had namelijk een…
De heks Mie V.D.K. had een café. Wanneer men met paard en kar voorbij het café kwam, kon men best even naar binnen gaan. Ondertussen kwam Mie het paard een klontje suiker geven. Als men niet stopte om in het café iets te drinken, dan kon het paard…
Frans en Rik waren gaan stropen op de Kogelshei. Toen de twee mannen 's nachts bij het kruispunt kwamen, waar Fien V.D.B. woonde, voelde Rik een grote magere kater langs zijn benen wrijven. Omdat de mannen er niet in slaagden de kater te verjagen,…
Een boer die door het broek wandelde, schrok toen er plots een brandende schoof uit de lucht viel. Omdat het paard niet meer verder kon, ging de boer terug naar huis.
Om zichzelf tegen het kwaad te beschermen, lieten de mensen hun huis wijden en overlezen. De mensen staken ook medailles onder hun drempel om ervoor te zorgen dat toverheksen niet konden binnenkomen. Als men een huis bouwde, legde men ook een…