In Kessenich staken de alvermannetjes de hooimijt van Jef G. in brand, omdat zijn gezin te arm was geworden om de dwergjes van voedsel te voorzien. Sindsdien gaf geen enkele bewoner van Kessenich nog eten aan de alvermannetjes, waardoor de dwergjes…
Een vrouw die in de stal licht had gezien, ging door het sleutelgat kijken en hoorde: "Blaas dat lampje daar eens uit". Vervolgens blies één van de alvermannetjes de vrouw een oog uit.
Een vrouw zette haar wasgoed buiten met een kom pap ernaast. Wanneer de vrouw weg was, kwamen de alvermannetjes de pap opeten, waarna ze met het werk begonnen. Telkens wanneer de vrouw de dwergjes kwam bespieden, stopten ze met wassen. Daarna…
De alvermannetjes kwamen het werk van de mensen doen in ruil voor een bord boekweit. De dwergjes verbleven meestal op de zolder. Wanneer ze de oogst kwamen dorsen, zongen ze: "Ik heb zeven molenassen op één stam zien groeien".
Alvermannetjes kwamen 's nachts bij de mensen boter karnen. Toen een nieuwsgierige man de dwergjes door een gat op de zolder zat te bespieden, sprak één van de alvermannetjes: "Blaas dat kaarsje daar eens uit!" De man was zijn oog kwijt.
Een man ging 's nachts de alvermannetjes door een gat op de zolder bespieden. Opeens zei één van de dwergjes: "Daar is nog een lampje aan", waarop een ander de man een oog uitblies.
De kaboutertjes waren kleine mannetjes die in ruil voor voedsel het werk van de mensen deden. Soms kwamen de kaboutertjes echter ook ongevraagd. Er was geen enkele manier waarop de mensen ze konden buitensluiten. Omdat de mensen dat beu werden,…
De alvermannetjes woonden op het Molenveld in Neeroeteren. In ruil voor voedsel deden ze 's nachts het werk van de mensen. Toen een vrouw op een nacht de alvermannetjes door het sleutelgat bespiedde, zei één van de dwergjes: "Blaas dat licht eens…
De alvermannetjes woonden in de mergelgroeven tussen Millen en Val-Meer. In Elst woonde Jan Ecke, de baas van de alvermannetjes. Wanneer de boeren hem een kom rijstpap brachten, dan was 's ochtends al hun werk gedaan.
Vroeger kwamen de alvermannetjes de boeren vaak helpen met hun werk, bijvoorbeeld met het poetsen van het koper. Wanneer de alvermannetjes een stoomketel kwamen poetsen, zorgden ze ervoor dat die blonk zoals een spiegel. In ruil daarvoor vroegen ze…
Een man zat de alvermannetjes langs de schoorsteen te bespieden. Opeens riep één van de dwergjes: "Pierke, blaas dat licht eens uit". Daarop blies één van de alvermannetjes de spieder een oog uit.