Op de Blondushoeve woonden alvermannetjes in een onderaardse gang. 's Nachts kwamen die dwergjes de was doen voor de mensen. Toen de alvermannetjes voelden dat ze bespied werden, zei één van hen: "Blaas dat lampje eens uit!" De nieuwsgierige man…
De alvermannetjes waren kaboutertjes die 's nachts de was kwamen doen. Er waren goede alvermannetjes en kwade. Men vertelde aan de kinderen dat ze niet te dicht bij een put mochten komen omdat ze anders door een slecht alvermannetje naar beneden…
Alvermannetjes waren ongeveer één meter groot. Ze hielpen de mensen met hun werk in ruil voor wat tabak. Toen boer Kinder aan een alvermannetje vroeg hoe oud het was, antwoordde het dat het al drie molenassen op een boomstronk had zien groeien.
De alvermannetjes woonden in een watermolen naast de Maas. Wanneer een boer zijn veld moest bemesten, kwamen de alvermannetjes 's nachts het werk doen.
De alvermannetjes waren dwergjes die 's nachts het werk van de mensen deden in ruil voor wat voedsel. Ze verbleven in 'de katers' tussen Hechtel en Helchteren.
De pastoor had de alvermannetjes naar Blokkesberg gebracht. Die dwergjes kwamen vaak in Hoesselt en soms ook in 's Heerenelderen om de mensen gratis te helpen.
De alvermannetjes woonden in een gracht onder de Assenaar. Wanneer men 's avonds de was naar de Assenaar bracht, samen met wat brood of spek, dan deden de alvermannetjes 's nachts al het werk.
De alvermannetjes kwamen 's nachts het werk van de mensen doen in ruil voor een boterham. Toen een man van op zijn zolder de alvermannetjes zat te bespieden, sprak één van de dwergjes: "Wij moeten eerst het licht nog uitblazen". Vervolgens blies…
Bij de hoeve van de familie B. kwamen de alvermannetjes uit de Audsberg 's avonds vaak om een kookpot vragen.
De alvermannetjes wilden bij de kookpot ook altijd graag een stukje vlees. Toen de boer dat langzamerhand beu werd, legde hij een keer…
De alvermannetjes kwamen 's nachts de schoenen en de kleren van de mensen herstellen. Alvermannetjes en kabouters waren een rondtrekkend volk zoals de zigeuners.
's Nachts deden de alvermannetjes de was in ruil voor een bord pap. Op een nacht ging een nieuwsgierige vrouw de alvermannetjes bespieden. Na die nacht zijn de dwergjes nooit meer teruggekomen.
Een weduwe met acht kleine kinderen liet haar werk vaak 's nachts door de alvermannetjes doen. De vrouw was echter zo nieuwsgierig dat ze de alvermannetjes op een nacht heeft bespied door het plafond. De dwergjes hadden het echter in de gaten…
In Bree hadden de alvermannetjes kelders onder de stadswallen. D. had de gewoonte om de zomer in Duitsland door te brengen. De alvermannetjes kwamen dan bij D. een kookpot lenen, die ze na gebruik mooi opgepoetst terugbrachten.
Bij de Wietering hadden de alvermannetjes onderaardse gangen gegraven. In Stamproy kwamen de dwergjes 's nachts de paarden voederen. Omdat de paarden daardoor erg vet werden, sprak Marten, de zoon van de boer, op een dag tot de alvermannetjes:…
De alvermannetjes zijn weggegaan uit de Kempen omdat ze het luiden van de kerkklokken niet konden verdragen. Daarna kwamen de alvermannetjes naar de steenkoolmijnen; daar werkten immers ook kleine zwarte mannetjes.
Een man die de alvermannetjes aan het bespieden was, hoorde één van de dwergjes zeggen: "Blaas dat lichtje eens uit!" Daaop blies een alvermannetje de man een oog uit.
Een knecht die op het kasteel van Alken werkte, had een nieuwe mantel. Op een ochtend was de mantel echter helemaaal stukgeknipt. Daarop sprak de knecht: "Wel verdomme, dat zijn de alvermannetjes geweest!"
In de put achter het kasteel was er een onderaardse gang die uitkwam bij een oude hoeve boven 'Opte Dries'. Wie bij die hoeve een waskuip zette met wat melk en beschuiten, kreeg 's ochtends al het wasgoed mooi gewassen terug. Drie alvermannetjes…