Een man uit Mannekensvere die 's avonds naar huis kwam langs de koude Schure, zag op een houten schot een brandende kaars staan. Toen de bange man dichterbij kwam, doofde hij de vlam met een slag.
Om hun huis tegen het kwaad te beschermen, legden de mensen soms een stukje van de paaskaars onder hun drempel.
Als een koe een miskraam had gekregen, lieten de mensen hun stal wijden en haalden ze ook vaak een gewijde kaars. Met Onze Lieve Vrouw…
Rond 'De Toevlucht', een café op de weg naar Tongeren, waren beemden waar vaak een dichte mist hing. De mensen geloofden dat de witte mistflarden die daar 's avonds te zien waren, heksen met brandende kaarsen waren. De heksen zouden met kaarsen…
Om zichzelf tegen het kwaad te beschermen, gingen de mensen naar de paters van Edingen.
De paters van Affligem hadden een spiegel waarin ze de toveressen konden laten verschijnen.
Wanneer de paters tegen het kwaad moesten vechten, rolden de…
In een leegstaand huis durfde niemand te komen wonen omdat het er spookte. Om middernacht hoorde men er altijd lawaai. Heel het huis daverde dan op zijn grondvesten. Op een dag nam een dappere boerenzoon samen met zijn vrouw zijn intrek in het…
Een man ging soms mee met de Capucienen wanneer die iemand gingen overlezen. Als men het kwaad niet met water kon wegkrijgen, moest men het doen met vuur. Soms stak men een kaars vol met spelden.
Twee boerendochters die terugkwamen van de goudsmid, werden onderweg verrast door rovers die al hun goud afnamen. De rovers hielden soms ook kaarsjes onder de tenen van hun slachtoffers om te weten te komen waar het geld verborgen lag.
Enkele mensen hadden gezien hoe een heks kopspelden in kaarsen stak. Voor iedere kaars die ze liet branden, deed ze iemand de duivel aan. Die heks had ook speciale boeken waarmee ze de mensen kwaad kon doen.
In Tiegem woonde een boer die zijn ziel had verkocht aan de duivel. De duivel was verschenen met een kaars en had gezegd: "Als je die kaars aansteekt, dan kan je alles krijgen wat je maar wil. Als de kaars is opgebrand, zal je wel zien wat er…
In Assebroek brandde altijd een lichtje in het bos. De mensen waren bang voor dergelijke lichtjes, die ze doodkaarsen noemden. In werkelijkheid werd het licht veroorzaakt doordat enkele grapjassen een kaars in een raap hadden geplaatst om de mensen…
Naar aanleiding van de gedurige aanbidding van elf november werd in de kerk acht dagen lof gehouden. De kinderen zetten dan uitgeholde bieten met kaarsen in de sparren rond de kerk. Soms liep een kind zelf bang weg bij het zien van een biet die hij…
Als men een steenput moest openmaken, dan mocht men nooit onmiddellijk in de put afdalen. Eerst moest men een kaars branden om te kijken of er zuurstof in de put was. Als de kaars doofde, dan vertelden de mensen dat de wolf in de put zat.
Een meisje dat op de varkens moest passen, zag een heer met een zwart pak en een zwarte hoed aankomen. "Zal ik van die varkens eens honden maken?", vroeg het heertje. Daarop begon het meisje luid te schreeuwen. De heer ging naar binnen, hield een…
Een tovenaar kon muizen maken door op een bolletje klei te blazen. Tovenaars konden ook dansen tussen eieren en kaarsen zonder iets te breken. Ze konden bovendien mensen wegsturen naar waar ze wilden.
Bij het kapelletje op de hoek van de Beverstraat en de Mechelstraat zetten de kinderen vaak een uitgeholde biet met een kaarsje op de haag om voorbijgangers bang te maken.