In Westkapelle woonde een heks die altijd in de buurt van kleine kindjes probeerde te komen. Kinderen die van die heks een appel hadden gekregen, begonnen onophoudelijk te huilen. Uiteindelijk moest men dan een bedevaart doen of de pastoor…
Als de melk betoverd was, kon men geen boter maken. Daarom moest men altijd eerst een Onzevader bidden, een kaars branden en wat zout in de melk doen. Op die manier zouden tovenaars geen macht meer hebben over de melk.
Een boer en een boerin wines dieren stierven, verdachten een vrouw uit de buurt. Toen die vrouw op bezoek kwam, had men een gewijde kaars onder haar stoel gelegd. Men sprak tot de vrouw: "Ga maar naar huis, want je man zal spoedig thuis zijn", maar…
Een vrouw had een klein meisje over de oortjes gestreeld. Omdat het kindje sindsdien de hele nacht huilde, ging de moeder naar een spiritist in Luik. De man gaf de moeder een brandende kaars mee, die op een stuk glas stond. "Als de kaars…
In Neerrepen woonden twee ongehuwde vrouwen met hun meid. Op een avond klopten er twee begijnen bij hen aan, die vroegen of ze een slaapplaats voor de nacht konden krijgen. Omdat de twee vrouwen van nature zeer gastvrij waren, stemden ze…
Vroeger waren er mensen die een raap uitholden, er ogen en een mond in sneden en er dan een kaarsje in zetten. Wanneer de mensen zoiets zagen, waren ze ervan overtuigd dat ze een spook hadden gezien.
Een echtpaar woonde langs de Drieweg bij de Lokedieze in Kortemark. Op die boerderij spookte het. 's Nachts zag men er vaak een kaarsje branden en hoorde men geluiden alsof iemand aan het dorsen was. De dochter werd soms door een onzichtbare kracht…
De mensen hadden de gewoonte om met Allerzielen brandende kaarsjes op het kerkhof te zetten. Daarom dacht men vaak dat er zieltjes kwamen spoken op het kerkhof.
Een verpleegster moest een zieke vrouw verzorgen, over wie men vertelde dat ze een toverheks was. In het huis van de vermeende heks brandde enkel een kaars. 's Nachts sprak de vrouw tot de verpleegster: "Hoor jij niets, zuster?" De zuster hoorde…
Vroeger zette men soms uitgeholde bieten met kaarsen langs de weg om voorbijgangers bang te maken. Sommige mensen verkleedden zich met een laken over hun hoofd als spook.
Om zichzelf tegen toverij te beschermen, maakten de mensen een kruisteken met wijwater. Men mocht het huis nooit verlaten vooraleer men een kruisteken had gemaakt. Ook moest men altijd een gewijde kaars in huis hebben.
Een vrouw werd geplaagd door haar schoonmoeder die een heks was. Op een winteravond werd de vrouw opgebeld omdat er iets aan de hand was met haar dochter. Het meisje stond op een bepaalde plaats en kon geen voet meer verzetten en geen woord meer…
Op een boerderij in Gistel was een kind ziek. Op een dag kwam er een man op bezoek, die zei: "Ik ga dat kind genezen, maar ik heb een kerkboek, een kaars en naalden nodig". De ouders van het kind moesten vóór het kruis op hun knieën gaan zitten en…
Enkele jongens hadden een laken over zich heen gehangen en een kaars in een uitgeholde biet gezet. In die gedaante gingen de jongens langs de weg naar het station zitten om voorbijgangers bang te maken.
Op een boerderij in Geluveld kon men geen boter meer karnen. Op een ochtend stelde men vast dat de koeien in de stallen met hun staarten twee aan twee aan elkaar waren gebonden. Niemand slaagde erin de knopen los te maken. Uiteindelijk reed de boer…
Een grapjas had op het kerkhof levende krabben gezet, die kaarsen op hun rug droegen. Bij het zien bewegen van de kaarsen geloofden de mensen dat de doden uit hun graf waren opgestaan.
Een doodkeers was een teruggekeerde dode. Er werd vaak met doodkeersen gespot. Grappenmakers probeerden de mensen bang te maken met een uitgeholde raap waarin ze een kaars hadden gezet.