Op een bespookte boerderij draaide de windmolen 's nachts. In huis brandde een kaars en was een spook te zien. Men hoorde de deuren er ook vaak dichtslaan.
Op een boerderij in Bellingen kreeg men vaak bezoek van een vrouw die vroeger nog op de boerderij had gewerkt. Die vrouw werd ervan verdacht een toveres te zijn. De vrouw liep altijd door de weide waar de dieren stonden. Toen men op zekere dag de…
Een man werd 's nachts wakker omdat hij een geklop hoorde. Het leek wel alsof er met een hespenbeen tegen de zoldertrap werd geslagen. Omdat de man bang was, stak hij een gewijde kaars aan en begon te bidden. Plots realiseerde de man zich dat het…
Vroeger zette men soms een kaarsje in een uitgeholde raap om de mensen bang te maken. De mensen geloofden dan immers dat ze een stallicht hadden gezien.
Vooraleer een toveres een huis binnenkwam, vroeg ze altijd: "Mag ik binnen?" Om ervoor te zorgen dat een toveres niet kon binnenkomen, moest men een stukje van een gewijde paaskaars onder de dorpel leggen.
Een stalkaars was een uitgeholde biet waarin men een kaars had gezet. Naast de kaars zette men enkele stukjes van een oude spiegel om de kaarsvlam te weerkaatsen. Zulke farçeurstrucs haalde men uit om dronkaards de stuipen op het lijf te jagen.
Een man die zijn ziel had verkocht aan de duivel, ging naar een pastoor omdat hij zijn ziel terug wilde. De pastoor deed een mis voor de man. Tijdens de consecratie moest de man het altaar kussen, drie kaarsen aansteken en een kruisteken maken.…
In een bespookt klooster hoorde men geklop op de deur en gerinkel van een bel. Uiteindelijk waren de zusters zo bang dat ze met vieren in dezelfde kamer gingen slapen met een gewijde kaars.
Omdat er vroeger geen straatverlichting was, waren er veel farçeurs actief. Zo zette men soms een kaars in een uitgeholde biet of verkleedde men zich met een wit laken als spook. De mensen geloofden vaak dat ze Kludde met zijn keet hadden gezien.
Bij een kasteel in Proven gebeurde vreemde dingen. Wie langs de haag liep, werd gevolgd door een hond of een geit, die aan de hoek van de haag verdween. Als men op de zolder was, hoorde men beneden tafelgeluiden, hoewel er niemand te zien was. Men…
Bij de molen had men tussen de haag en de weg een kaarsje gezet en daarboven een touw gespannen. Een nieuwsgierige die naar het kaarsje ging kijken, raakte zo zijn pet kwijt.
Omstreeks middernacht waren op een kruispunt in Bellingen toveressen met een kaarsje op hun hoofd te zien. Die lichtjes waren echter niet voor iedereen zichtbaar.
Vroeger maakten de mensen elkaar bang door ergens een brandende kaars te zetten. Voorbijgangers zouden dan denken dat ze een doodskeers hadden gezien. Soms speelde een grapjas met een laken over zijn hoofd voor spook. Dappere mensen durfden de…
Twee mannen reden op een avond bij schemerdonker met een oude fiets naar huis. Wanneer de mensen de fietsbel hoorden, openden ze hun deuren omdat ze geloofden dat er een berechting was. Ze knielden dan tot ze de twee mannen zagen en riepen: "Jullie…
Soms zag men op de garelen in de paardenstal een lichtje. Dat was een stallicht.
Er waren ook mensen die zelf stallichten maakten door een kaars in een uitgeholde biet te zetten.
Een visser had tijdens een storm beloofd dat hij een grote kaars naar het kapelletje van Bredene zou brengen als hij veilig mocht thuiskomen. Toen de visser thuis was, besloot hij uit gierigheid toch maar een klein kaarsje te laten branden. Eén van…