In Knesselare woonde een oud vrouwtje dat altijd een zwarte schort en een zwarte halsdoek droeg. Op een dag ging een moeder met haar zoontje van zeven maanden oud naar het veld. De moeder liet het kind in de wagen zitten. Even later kwam dat oud…
Enkele jongens uit Beveren zagen een doodskeers heen en weer bewegen boven een stuk veld dat die dag was omgeploegd. Toen ze de volgende dag naar dat veld gingen kijken, zagen ze nergens voetstappen.
Een knecht die een toverboekje uit Maastricht bezat, vroeg de meid om zich om te draaien en gebukt te blijven staan. Toen de meid even later mocht kijken, zag ze dat het hele veld bemest was.
Vrijmetselaars hadden boeken waarmee ze de boeren op het veld kwaad konden doen. Zo konden de vrijmetselaars bijvoorbeeld vlinders naar de planten sturen, zodat al het zaad weg was. Een vrijmetselaar die te ver had gelezen in zijn boek, bleef met…
In Wolfsdonk woonde een tovenaar die altijd dwarslag. Met Pasen zorgde hij er bijvoorbeeld voor dat hij niet naar de mis kon gaan. Wanneer de pastoor de Communie dan kwam brengen, was de tovenaar aardappelen aan het rooien of planten.
De man bezat…
Een boer uit Overhespen ging op een dag met een grote paardenkar naar het veld. Toen de man 's avonds naar huis ging, wilde geen enkel paard nog een stap verzetten. De dieren stonden te schuimbekken. De boer riep naar een man die wat verderop stond:…
Een man uit Heusden kon toveren met de hulp van de duivel. Als de man het veld moest bemesten, bemestte hij een klein stukje en zei dan: "Zo allemaal". In een mum van tijd was het hele veld bemest.
Framassons hadden hun ziel verkocht aan de duivel, waardoor ze zoveel geld hadden als ze maar wilden. Een framasson uit Ieper werd door iedereen gevreesd. Een boer wiens veld gelegen was naast dat van de framasson, ging ieder conflict uit de weg. Op…
Een boer zat bij valavond nog als enige in het veld te wroeten. Omdat de andere boeren vreesden dat hij misschien iets van hun veld zou stelen, besloten ze de boer bang te maken. Twee boeren sloegen een laken om zich heen en liepen met zaaiende…
In Reppel is er een berg die 'de auweleberg' wordt genoemd, omdat de alvermannetjes er gangen in hadden gegraven. De binnenkant van die gangen was helemaal geribbeld.
De alvermannetjes deden het werk van de mensen, bijvoorbeeld het bemesten van…
Op Steingroef woonden kaboutertjes. Wanneer men een muntstuk van twee en een halve cent op de steel van een mestvork legde, dan was de volgende dag het hele veld bemest.
Vroeger hadden de Noormannen een kasteel in de Maas. In 1456 is dat kasteel weggedreven. Het veld waar de Noormannen hun kamp hadden opgeslagen, werd later nog steeds 'Kemp' of 'Kempke' genoemd.
Wanneer de mensen bij warm weer op het veld aan het werk waren, sprak de Duitse schaper tot hen: "Ga allemaal op der grond liggen". Wanneer de mensen weer opstonden,was al het werk op het veld gedaan.
Een man die 's avonds nog op zijn veld aan het werk was, zag plots een kalf met grote ogen vóór zich staan. Daarop liep de man bang naar huis. Toen de man die nacht opstond om een pijp te roken, zag hij datzelfde kalf opnieuw. Het was spokerij.
De pastoors die uit Duitsland waren verjaagd, kwamen allemaal naar België om er als schaapherder te werken. Die Duitse schapers konden toveren. Op een dag stelde een Duitse schaper vast dat de paardenknecht in zijn toverboeken had zitten lezen. Het…
Een man die te lang in het café was gebleven, moest 's nachts door het veld naar huis. In het veld hoorde de man iets dat een kletsend geluid maakte, hoewel er niets te zien was. De man haastte zich naar binnen en sloot de deur. Zijn jas zat nog…
Enkele mannen die voorbij het veld van Freke kwamen, besloten een kruis in de aarde te ploegen, zodat Freke niet meer op zijn veld zou kunnen. Zodra één van de mannen achter de ploeg ging staan, voelde hij een poot van een weerwolf op zijn schouder.…
Bij een Hollandse boer in Winterslag werkte een knecht die over bijzondere krachten beschikte omdat hij een toverboekje en een halsband bezat. Zo kon de knecht bijvoorbeeld in een mum van tijd honderd karren mest op het veld uitstrooien. Hij…
Op de 'drie bonder' spookte het. Twee mannen durfden er niet alleen voorbij te gaan omdat ze iemand zagen die hen stond op te wachten. Een andere man kon echter niets zien.
In de tijd van burgemeester G. woonde bij het kasteel een jongeman, Sterke-Dries, die afkomstig was van Wellen - het land van de bokkenrijders - , en die de vader was van Marie van Berke-de-Boer. Sterke-Dries kon toveren. Op een dag was…