In de buurt van Neeroeteren of Opoeteren woonde een knecht die iedere avond weg was. Op een dag vond de boer de halsband van de knecht in een holle boomstronk. De knecht werd met het paard naar het veld gestuurd, zodat de boer ondertussen de band…
De bokkenrijders hadden een kruiwagen waarop een mens zich onder een ton verborgen hield. Als de bokkenrijders geld nodig hadden, dan legden ze ergens een dreigbrief waarin ze aankondigden het huis van een boer in brand te zullen steken als de boer…
In Kester was een rovershol waar de tongsnijders der Heide zich schuilhielden. Men vertelde de kinderen verhalen over de tongsnijders om hen bang te maken.
Op een boerderij zaten plots ontelbare ratten. Op een zeker ogenblik waren de ratten…
De bokkenrijders verbleven in de holle bergen in Heppen. De meesten onder hen waren handelaars. De twee mannen van de familie G. werden ervan verdacht bokkenrijders te zijn. Eén van hen was de eerste kerkmeester. Toen pastoor A. op een dag een…
Een kwakzalver die vaak 's avonds op pad was, kwam op een avond terug van een boerderij waar hij een dier was gaan verzorgen. Onderweg zag de man in een bos twee misdienaars met bellen en kaarsen. De man bleef doodsbang staan tot de misdienaars…
Bij de vaart in Leffinge huisde een roversbende die 'de Klakken' werd genoemd. De rovers hadden een hol onder de dijk, waarin ze hun gereedschap verstopten. Ze woonden in lemen huisjes met een rieten dak.
Langs de weg van Anzegem naar Elsegem stond een grote boerderij waar het iedere nacht spookte. Op het kruispunt bij die boerderij stond een holle lindeboom waar ook vreemde dingen gebeurden. Iedere nacht omstreeks hetzelfde tijdstip liep daar een man…
Een boer die met paard en kar op bedevaart ging naar Scherpenheuvel, zag twee heksen in de gracht zitten. Toen de boer vroeg: "Wat doen jullie daar?", antwoordde één van de vrouwen: "Zwijg maar, want jij bent nog niet thuis!" Op de terugweg sloeg…
Een boer vond het vreemd dat zijn knecht altijd wegging na het avondeten. Op een avond liep de boer zijn knecht stiekem achterna. Hij zag dat de jongen in een holle boomstronk kroop en even later weer tevoorschijn kwam in de gedaante van een hond. …
In de Driesstraat tussen Romershoven en Vliermaalroot stond een dikke boom die de 'Pastoorseik' werd genoemd. Het was een holle boomstronk waarin vroeger een pastoor had gewoond.
Een man ging 's nachts in een weide de pruimen van de bomen schudden, toen plots de alvermannetjes opdoken om de pruimen te komen halen. De man vroeg waarom ze dat deden, waarop de dwergjes antwoordden: "Wij nemen de pruimen mee om ze op te eten. …
Op een boerderij werkten twee knechten van wie de ene een weerwolf was. Op een avond zagen de boer en de andere knecht hoe de jongen in een holle boomstronk kroop en even later verscheen in de gedaante van een weerwolf. Die knecht had bovendien een…
Tussen Opitter en Tongerlo was een plaats die 'de Hel' werd genoemd omdat in een diepe gracht een man leefde, die door de duivel bezeten was. In die gracht stond een holle boomstronk, waarin de man een halsband verborg, waarmee hij zichzelf in een…
In Kotem was vroeger een holle weg met modder. Wanneer men daar met paard en kar voorbijreed, begon het paard te steigeren. Wat verderop 'in de duiker' spookte het ook.
Een man die door een speciale ring kroop, veranderde in een weerwolf. Wanneer de nacht voorbij was, verborg de weerwolf zijn ring in een holle boomstronk.
In de herberg werd vroeger na het kaartspel vaak gepraat over Kludde. Op een dag kwam de boswachter van het Halderbos binnen in de herberg. Deze man beweerde bij hoog en bij laag nergens bang voor te zijn, zelfs niet voor Kludde. De mannen in de…
In Stein en in Geulle waren de bokkenrijders actief. Velen onder hen waren voorname personen. Op een avond moest een man voor een zwangere vrouw de dokter gaan halen. De man was op zijn hoede en sloeg in een holle weg een bokkerijder neer. Daarop…
Toen de bokkenrijders in Wellen werden gedood, vloeide er zoveel bloed dat er een weg helemaal was uitgespoeld. Daarom werd die weg later de Holle Weg genoemd.