De nekker was een hond die een ketting rond zijn nek had. Een man die alleen op pad was, werd begeleid door zo'n hond, die alsmaar groter en groter werd. Toen de man voorbij het ziekenhuis was gelopen, was de hond verdwenen. Nekkers konden immers…
Een man die terugkwam van Wintershoven, werd begeleid door een vuurman. Even later ging de vuurman in een boom zitten en schudde tot de vonken op de grond vielen. Toen de man de volgende dag naar de boom ging kijken, zag hij tot zijn grote…
In Ledegem woonde een man die nergens bang voor was. Toen die man op een avond over het veld liep, werd hij begeleid door een hond die wel één meter groot was. Die hond liep de hele tijd rond de man en ging met hem mee tot hij thuis was.
In de Zolderstraat in Otegem woonde een framasson die in God noch gebod geloofde en die altijd liep te vloeken. Toen de man op een dag terugkwam van het kasteel van Diesveld, kwamen er plots twee grijze heren uit het koren, die hem naar huis…
In Roksem woonde een tovenaar voor wie iedereen bang was. Op een zondagnacht zat de tovenaar samen met een man in het café. "Je hoeft niet bang te zijn", sprak de tovenaar tot de man en hij stuurde een hond met de man mee om hem naar zijn huis te…
Een man die in het zwart was gekleed, had een wandelaarster bij de arm genomen en was met haar meegegaan tot aan de Jeker. De mensen geloofden dat de vreemde verschijning een heks was, maar in feite was het gewoon een man die vrouwenkleren had…
Twee mannen die op weg waren naar Maria-Aalter, hoorden gekraak in de bossen. Ze zagen een hond die zo groot was als een koe. De hond ging met de mannen mee tot bij de herbergen. Bij de geushoek aan het kerkhof werden de zelfmoordenaars begraven. Op…
Een man beweerde dat in een straat in Vlijtingen een heks woonde. Sindsdien werd dat straatje het 'Heksenstraatje' genoemd. Een vrouw die 's avonds bij de mensen ging naaien, ging langs de Vossteeg naar huis. Toen de vrouw bij een draaikruis even…
Een man die 's nachts terugkwam van zijn werk, kwam een zwarte hond tegen. De man gooide zijn spade naar de hond, maar slaagde er niet in het dier te raken. De hond wandelde de hele tijd naast de man. Het was de duivel die de man kwam duidelijk…
Een man die naar Wijchmaal ging, zag onderweg twee hazen die de hele tijd voor hem uit liepen. Na een tijdje nam de man zijn geweer en schoot één van de hazen neer. De andere haas kon hij niet raken. Vervolgens stak de man de dode haas in een zak…
Bij een vijver in de buurt van Sint-Kruis liep de waterduivel altijd rond in de gedaante van een hond die een ketting rond zijn nek droeg. Wanneer de mensen 's avonds naar huis gingen, gebeurde het vaak dat de waterduivel op hun rug sprong. Op een…
Een man die naar huis ging, werd de hele tijd gevolgd door een kat die langs zijn benen wreef. De man had al enkele malen geprobeerd naar de kat te stampen, maar hij kon het dier niet raken. De kat ging met de man mee tot hij thuis was.
Een moeder en haar kinderen werden op hun weg naar de kerk altijd begeleid door een heks. Zodra men bij de kerk kwam, ging de heks echter weg. De kinderen mochten niet in de buurt van de heks lopen; ze moesten vóór haar of achter haar gaan. Bij haar…
Wanneer Mieke V.D.F. terugkwam van Hees, werd ze altijd gevolgd door C. de weerwolf. Nu eens verscheen de weerwolf in de gedaante van een grote zwarte hond, dan weer in de gedaante van een veulen. Soms moest Mieke de weerwolf dragen tot ze de…
Een vrouw die 's avonds te voet terugkwam van haar werk, werd altijd tot bij haar thuis begeleid door een spook. Wanneer ze door iemand werd opgehaald, zag de vrouw het spook niet.
Een man die terugkwam van de kermis, werd gevolgd door een hond met een ketting. Ook toen de man door het veld liep, ging de hond met hem mee. Hoewel de man bang was, durfde hij de hond niet te slaan. De jachtwachter had die hond ook al vaak gezien,…
Een man die bij een kruispunt kwam, zag strooien kruisjes liggen, die de spoken uit de buurt moesten houden. Even later kwamen er twee katten aangelopen, die de man begeleidden tot hij thuis was. De man had verschillende keren geprobeerd de dieren te…
De vader van Armand C. werkte bij een boer in Opgrimbie en moest elke dag door het Sint-Jansbos wandelen. Omdat de man in dat bos vaak een weerwolf tegenkwam, nam hij een mestvork mee en liet zich door enkele vrienden vergezellen. De mannen kregen…
Een jongen ging samen met zijn broer naar de barbier. De broer bleef achteraf nog daar omdat hij een relatie had met het meisje dat daar woonde. Toen de broer naar huis kwam, raakte hij verdwaald. Er verscheen bovendien altijd een grote hond naast…
Toen de grootvader van Jong D.B. terugkwam van Gellik, werd de man gevolgd door een lelijke hond die de hele tijd blafte en tegen hem opsprong. Na een tijdje liep de hond weg langs de weg van Brankmaal. Die hond was een weerwolf.