Lichtjes die terugkeerden, noemde men doodkaarsen. Dichtbij het huis van een man verschenen ook iedere avond lichtjes. De mensen geloofden dat op die plaats iets begraven lag.
Bij een huisje in de buurt van de Wallemolen zag men een klein lichtje, dat door de mensen een 'doodkaars' werd genoemd. Toen men naar het lichtje had gewenkt, kwam het steeds dichterbij. Het volgende ogenblik weerklonk er een luide bons op de deur…
In Roesbrugge was een put waar vroeger een klooster had gestaan. Veel mensen durfden niet voorbij die plaats te wandelen, omdat men daar altijd een lichtje zag branden.
Bij het huis van een man zat een doodkaars in een elzenstruik. Het leek wel het hart van een mens. Bij het uitgraven van de struik vond men een boterpot met honderd frank. Men heeft het geld aan de pastoor van Ardooie gegeven.
Een man die terugkwam van Poperinge hoorde een vreemd geluid en zei: "Ben je door God gezonden, spreek dan. Ben je door de duivel gezonden, ga dan weg". Daarna heeft de man de doodkeers nooit meer gehoord.
Tijdens de maand mei gingen de mensen bij het kapelletje een paternoster bidden. In het bosje naast de kapel hadden sommige mensen een doodkaars gezien. Dat betekende dat daar een fortuin verborgen lag.
Enkele mensen uit de Brabanthoek gingen op Kerstdag om vier uur 's ochtends naar de mis. Onderweg zagen ze een lichtje in de bossen. De mensen geloofden dat het een doodkaars was. Eén van de mannen zei dat het geen doodkaars kon zijn, omdat het…
Bij het Rijckeveld tussen Oedelem en Assebroek stond een kasteel dat 'het Maandagse' werd genoemd. In de bossen rond het kasteel lieten enkele grapjassen 's avonds altijd kaarsen branden. Als men een kaars had uitgeblazen, stak men verderop een…
De kaarsjes die men soms in het bos zag, waren zielen van overledenen die terugkeerden om hun verborgen geld aan te wijzen omdat ze anders geen vrede hadden.
Doodkaarsen sprongen van de ene tak op de andere.
Een man die 's avonds om acht uur nog hout aan het hakken was, moest ophouden met werken omdat er een doodkaars naast hem was komen zitten. Op zo'n kaars mocht men immers niet slaan.
Een man man die op een avond voorbij een kapelletje liep, zag een doodkaars zitten. Toen de man wat verderop bij een gracht kwam, had hij het gevoel alsof hij naar het water werd gedreven.
Een boer die 's avonds met zijn zes zonen de koeien ging melken, zag een doodkaars die tot in de bomen zweefde. Daarop ging de boer snel met zijn zonen naar binnen om te bidden. Vervolgens dreef de doodkaars weg.
Om de mensen bang te maken, zetten de kinderen kaarsen in uitgeholde rapen waarin ze twee ogen en een mond hadden gesneden. De mensen die zo'n doodkaars in een boom zagen staan, geloofden dat ze een spook hadden gezien.
Veel mensen gingen naar Houtkerke om zich te laten scheren. Onderweg zag men in het bespookte Klijttebos vaak een doodkaars onder in een boom. Op een dag gingen zes of zeven moedige mannen gewapend met stokken naar de spookplaats. Naarmate de mannen…
Vroeger waren de mensen erg bang voor doodkaarsen. Als er iemand gestorven was, dan legden ze op alle wegen en zijwegen waar de lijkwagen voorbijreed, een kruis van stro.
Veel mensen waren bang in een kasteeldreef omdat ze daar vaak doodkaarsen meenden te zien. Volgens anderen waren dat lichtjes die ontstonden uit de dampen die opstegen bij aalputten.
Doodkaarsen waren sterren die uit de grond kwamen en tot in de bomen zweefden. Een man die op een avond zo'n doodkaars had gezien, ging de volgende ochtend terug naar die plaats. Op de grond was merkwaardig genoeg een laag schuim te zien.
Enkele mannen die doodskisten maakten, moesten op een avond een kist naar een huis gaan brengen. Onderweg zagen de mannen een doodskaars rondvliegen. Wanneer de mannen stopten, stopte de kaars ook. Opeens viel de doodkaars voor de voeten van de…