Een man die bij Max V.J. ging kaarten, moest voorbij een draaikruis waarop een kat zat. Toen de man tweemaal naar de kat had geslagen, sprak het dier: "Sla nu nog eens als je durft!" Daarop liep de man bang weg.
Een man uit Opleeuw wandelde naar huis, toen hij bij de kapel een zwarte kat zag. Nadat de man de kat driemaal had geslagen, sprak het dier: "Doe dat nog eens, Willy!" De kat bleek zijn beste vriend te zijn.
Drie vrienden uit Wimmertingen gingen vaak naar Diepenbeek om te vechten. Op een zondag vertoefde het drietal zoals gewoonlijk in café 'Het Planken weike'. Toen de mannen om middernacht nog steeds niet de kans hadden gekregen om te vechten, sprak…
Twee mannen die op een avond terugkwamen van Merchtem, zagen op de Kouter een stallicht. Eén van de mannen sprak: "Als je geen kwaad hebt gedaan, dan mag je naar een stallicht wijzen. Als je wel iets hebt gedaan, mag je dat niet doen, want dan kan de…
Toen Nander op een nacht aan het vissen was, zag hij plots een vuurbol door de lucht vliegen. De bol vloog in de richting van het bos. De vriend van Nander wilde met stenen naar de vuurbol gooien, maar Nander raadde hem dat sterk af.
Dronkaards die op hun weg naar huis zeiden: "Osschaart kan mij niets doen" belandden in een waterput. Als men zei: "Ik ben niet bang voor Osschaart", dan verscheen de plaaggeest en liet zich dragen.
Op de kasseiweg van Rumbeke naar Rollegem-Kapelle tussen café ''t Kruuschge' en café 'de Vuulpanne' kwam een man een vrouw tegen, van wie hij vermoedde dat het een toveres was. "Als je iets kan, doe dan eens iets!" sprak de man tot de vrouw. Kort…
Een jongen kwam een oude vuile man tegen, die kon toveren. De jongen vroeg aan de man: "Hoe gaat het met je luizen?", waarop de man antwoordde: "Let maar op dat jij er geen krijgt!" Daarop zei de jongen: "Jij kan mij niets doen!"
Toen de jongen…
Een man die een vuurbol boos had gemaaakt, werd door het vuur achtervolgd. De volgende ochtend stelde de man vast dat er een grote vlek in de deur was gebrand.
Een vrouw die op de Ongelberg woonde, stond 's avonds naar een dwaallichtje te kijken. Toen de vrouw naar binnen ging, had ze niet gezien dat haar jongste kind stiekem naar het dwaallichtje wenkte en daarna snel naar binnen liep. Even later hoorden…
De koster ging de paters van Weert halen om in Beek te komen prediken. Onderweg zagen de geestelijken in de verte een vuurman. Eén van de paters sprak tot de koster: "Zal ik hem eens dichterbij laten komen?", en hij floot naar de vuurman. Toen de…
Toen vijf mannen in een café zaten, sprak één van hen: "Er moet een zesde komen, ook al is het de duivel!" Even later kwam de duivel binnen in de gedaante van een man met koeienpoten.
Bij J. in Sledderlo zat een weerwolf. Wie naar de weerwolf durfde te fluiten, die werd vermoord. De weerwolf had aan zijn borst een blaas hangen, die was gevuld met bloed. Als men de weerwolf op die plaats kon snijden, dan werd hij weer mens. In…
Toen S. met een spade in de hand naar een dwaallichtje ging, werd hij door het lichtje benaderd. Zodra de man naar binnen was gevlucht, weerklonk er een luide bons op de deur. In de deur stond een rode handafdruk die men haast niet meer kon…
Een schaapherder uit Rutten wandelde met zijn zwarte hond naar huis. Onderweg hoorde de man in een huis een hoogoplopende ruzie, waarbij iemand riep: "Moge de duivel je komen halen!" Daarop gooide de schaapherder zijn zwarte hond door het raam naar…
Drie mannen zaten in Torhout te kaarten met een man van wie ze niet wisten dat het Bakelandt was. Op zeker ogenblik zei één van de mannen: "Ik zou Bakelandt wel eens willen zien". Toen het kaartspel afgelopen was, sprak Bakelandt tot de man die dat…
Bij een huis op 't Geneuth zag men elke avond een grote vuurbol door de lucht zweven. Op een avond floot één van de jongens naar de vuurbol, waarna de andere snel de deur dichtgooide. De vuurman brandde zijn hand in de deur.