Een boer kwam in de stad en viel op zijn achterwerk. Een stedeling zag dit en zei dat de straten in de stad niet gewend waren om met schoenen van boeren betreden te worden. De boer antwoordde dat de straat anders wel zijn achterwerk had gekust.
Als men tegen Johan Spronssen zegt dat Cornelis Musch zo onbekwaam is dat hij zich op straat aan de rechterkant van een lid van de Staten-Generaal heeft opgesteld, zegt Spronssen daarop: 'Dat is geen wonder, de Staten doen altijd concessies aan…
Een soldaat was bij een weduwe ingekwartierd. De weduwe was eens weg en daarom vroeg de soldaat haar kind om een hoer voor hem te halen. Zou het kind dit niet doen, dan zou hij het vermoorden. Het kind liep huilend naar buiten, waarop de buren…
De aanleg van de keiweg door Rijsbergen op last van keizer Napoleon vormde een enorme klus. Daarom zegt men nu nog weleens dat elke kei van die weg een kwart gulden heeft gekost.
Bij een winters bezoek van keizer Karel aan 's-Hertogenbosch dreigt zijn vrouw uit de slee te vallen, als deze een pomp raakt. De vrouwen van de Hinthamerwijk weten dit te voorkomen. Daarop laat Karel een hen op de toren plaatsen in plaats van een…
Een arme man sliep elke nacht bij een rijke vrouw in huis in ruil voor een kleine munt. Op een nacht had hij het geld niet en wilde de vrouw hem niet binnenlaten. De man moest toen op straat slapen. Diezelfde nacht brandde het huis van de vrouw af.
Een vrouw riep luid en verschillende malen op straat dat ze degene die haar man vermoord had vergaf. Toen men haar vroeg wie haar man dan had vermoord zei ze: 'Niemand, maar ik zal degene die het zal doen vergeven.'
Twee verhalen rond een lichtkroon in de kathedraal. Na het bemerken van de roof de kroon ontstaat een gevecht met een grote groep Antwerpenaren die de dieven beschermen, waarbij aan beide kanten vele doden vallen. Een tweede verhaal is dat de kroon…
Een man stond met een tafel op straat en verkocht stront. Een vrouw, die hierachter kwam, vroeg of hij geen schaamte had. De man antwoordde: 'Als ik dat had gehad, dan had ik het al lang verkocht, want iedereen vraagt mij hiernaar.'
Er was een woekeraar gestorven, en zijn vrienden wilden hem ergens begraven. Op het kerkhof mochten ze hem niet achterlaten en ergens anders mocht ook niet, want al het land was van de koning. Toen kwam de duivel, en die bracht hem naar de juiste…
Jacob zag een goede, maar domme nar op straat. Jacob wilde de man zijn die de nar inbeeldde te zijn, maar te zijn zoals de nar werkelijk was, wenste hij zelfs zijn ergste vijand niet toe.
Hoogmoed van de rijke weduwe die niet wil inzien dat tarwe kostbaar is. Zij laat de lading in zee storten, en werpt er een ring bij met de woorden dat de ring net zo min terug zal komen als dat zij arm zal worden. Enige dagen later vindt zij echter…
Een kleine jongen wil aanbellen, maar kan niet. En de oude man die langs komt vraagt: "Zal ik maar eens helpen."
"Graag." En de jongen loopt weg en roept: "En nou maken dat we wegkomen," en de jongen loopt de hoek om.
Jongen mag van zijn grootmoeder niets van de straat pakken, want dat is vies. Als zijn grootmoeder valt wil hij niet helpen, want wat op de grond ligt is vies.
De koster uit de Antoniuskerk van Breda werd ontslagen, omdat hij niet kon lezen en schrijven. De koster, Marinus Vermeulen, besloot om een sigarenwinkeltje te beginnen. Dit liep zo goed dat hij binnen de kortste keren een hele keten van…