Op het kasteel van Dessener spookte het op klaarlichte dag. Tijdens de zondagsmis kwam er een keer een koets aangereden. Een vrouw die dacht dat het de graven van Gors-Opleeuw waren, sprong gauw recht om een andere schort aan te doen. Ze hoorde…
Een knecht die wist dat de meid ergens naartoe moest gaan, verkleedde zich met een laken over zijn hoofd als spook. Met een houten knuppel sloeg de meid de knecht neer.
In de Krabstraat in Buggenhout stond een huis waar het spookte. De gezondheidstoestand van het kindje dat daar woonde, verslechterde zienderogen. Uiteindelijk ging men met het kindje naar de paters van Dendermonde, van wie men een gewijde kaars kreeg…
Een meisje dat gedurende drie maanden in de pastorij verbleef om er te poetsen en te helpen verhuizen, hoorde 's nachts altijd geluiden. De pastoor keek de boeken na om te zien of alle missen voor de doden al gedaan waren. De pastoor gaf toe dat…
De kasteelheer sprak tot zijn nar die op sterven lag: "Wanneer je dood bent, moet je mij laten weten hoe het is in het hiernamaals". De derde dag na de dood van de nar, zei de heer: "Die nar had mij beloofd om iets te laten weten, maar hij heeft het…
In Sint-Joris-ten-Distel liep 's avonds een dronkaard rond, die een stem hoorde roepen: "Waar moet ik dat doen, waar moet ik dat zetten?" De volgende dag vertelde de dronkaard alles aan de pastoor, die zei: "Als je zondagavond naar huis gaat, dan…
Nadat Bèr gestorven was, moest hij komen spoken. Toen men het spook vroeg wat het wilde, antwoordde de dode Bèr: "Er moeten twee mensen voor mij op bedevaart gaan naar Scherpenheuvel. Ze hadden dat beloofd, maar ze hebben het nooit gedaan. Zolang…
In een boom zat een grapjas die een voorbijganger wilde bang maken door voor spook te spelen. Toen de grapjas boven zich een echte geest in de boom zag zitten, viel hij naar beneden van angst.
Een man die 's nachts terugkwam van Zutendaal, zag een zwarte gedaante op zich af komen. Verschrikt sprak de man: "Ben je van de duivel, ga dan. Ben je van God, stink dan". Het volgende ogenblik was de gedaante verdwenen. De man rook de stank van…
In een huis waar het spookte, vlogen 's nachts alle deuren en ramen open. De man die er had gewoond, had tijdens zijn leven een belofte gedaan, die hij nooit was nagekomen. Daarom moest de man na zijn dood komen spoken.
In de Bosstraat in Maastricht woonde een familie die een kind had geadopteerd. Op zekere dag wilde het kind niet meer eten, waardoor het erg vermagerde. Omdat de dokter geen raad wist, vroeg men aan het kind wat er scheelde. Het kind antwoordde:…
De gestorven rentmeester van het kasteel van Vogelsang kwam in het bos bij de brug over de beek spoken met koets en paard. Omdat de mensen bang waren voor het spook, hebben de geestelijken het verbannen.
Een man ging op een avond naar zijn ouders. Toen hij bij de kerk kwam, hoorde hij paardengetrappel en dacht: "De koetsier van het kasteel is nog bij slecht weer op stap." Daarop hoorde de man de koets voorbijrijden, maar hij zag niets. De volgende…
Een jongen die overdag moest werken, ging 's avonds in een afgelegen weide in Pepingen zijn koeien melken. Opeens zag de jongen twee witte spoken, die aan de achterkant zwart waren. De jongen raapte al zijn moed bij elkaar en ging de spoken te…
Mensen die 's avonds laat voorbij de Biesteert wandelden, zagen daar een vrouw lopen, die helemaal in het zwart was gekleed. Voorbijgangers werden door die vrouw begeleid tot bij de eerste huizen van Aalbeke. Op die plaats zag men ook vaak een…
Een kindje dat een koek wilde gaan kopen, had een kwartje gestolen en het verborgen achter een steen van het huis. Nadat het kindje onverwachts was gestorven, hoorde men steeds een vreemd geluid achter die steen. Zodra men het kwartje had gevonden,…
In een geul in de duinen liep altijd iemand rond die riep: "Waar moet ik dat zetten? Waar moet ik dat zetten?" Toen een voorbijganger antwoordde: "Zet het terug waar je het gehaald hebt", was de dode verlost.
In Diepenbeek dwaalde een weerwolf rond, die de mensen plaagde. Die weerwolf was in feite een teruggekeerde dode. Wanneer de weerwolf voorbij een oven liep, ging het vuur uit. Nadat men het vel van de weerwolf had verbrand, zag men het beest niet…
Een varkensslachter kwam een grapjas tegen, die zich als spook had verkleed. Toen de slachter zijn bijl bovenhaalde, riep het spook: "Stop, stop, ik ben het!"
In Rummen kwam een overleden vrouw spoken. Het spook kwam 's nachts op de rolluiken kloppen en vroeg om een kapel te bouwen. Toen men dat had gedaan, liet het spook zich niet meer zien.
Op een kerkhof zag men vaak lichtjes branden. Ook bij mistig weer zag men vaak dergelijke lichtjes. De mensen zeiden dat dat de zielen van teruggekeerde doden waren.