In een klein vijvertje in Diepenbeek waren ooit twee vrouwen verdronken. Sommige mensen durfden niet in de buurt van dat vijvertje te komen omdat ze vreesden dat die dode vrouwen zouden komen spoken.
Een meisje wiens vader gestorven was, ging vaak naar haar moeder, die in de Kwartel woonde. Onderweg probeerden enkele sterke mannen het meisje altijd bang te maken, maar het kind was veel te zelfzeker om zich bang te laten maken.
Een man en een vrouw die op een avond naar huis kwamen, zagen een vreemde gedaante naar zich toe komen. Het was een zwarte figuur met een gebogen rug. De man wist zijn angst te overwinnen en vroeg: "Wie ben jij? Geest of geen geest, wie ben jij?"…
Vroeger was men bang voor mensen die over bijzondere krachten beschikten, omdat dergelijke mensen er konden voor zorgen dat men geen boter meer kon karnen.
Een vrouw zag iedere avond een doodskaars op het hondenhok zitten. De hond blafte en durfde de kaars geen kwaad te doen. Sinds het bestaan van het Sint-Jansevangelie is er veel minder spokerij.
Toen een man zijn vriendin in Ijvegem ging opzoeken, werd hij in de Otegemstraat gevolgd door een doodskist. Na een tijdje verdween de doodskist in de bomen. Wieske was zo geschrokken van het hele voorval, dat hij daarna nooit meer naar zijn…
Een meisje kwam 's avonds omstreeks half tien terug van de kermis. Toen het meisje langs de beek liep, zag ze een grote man vóór zich lopen. Doodsbang maakte het meisje zich klaar om naar een nabijgelegen huis te spurten. Even later ging de grote man…
In Zwartberg (Houthalen) was een plaats waar niemand durfde te komen omdat het er spookte. Een man die daar met zijn hond en een geweer voorbijliep, schrok zich haast dood toen er opeens een hevige wind opstak.
Enkele mannen die zaten te kaarten, waren verschrikt toen plots de petroleumlamp uitging nadat er tweemaal op de deur was geklopt. Omdat de mannen bang waren, gingen ze snel naar huis. Onderweg kwam één van de mannen een grote zwarte hond tegen.
Men vertelde dat dwaaslichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren. Een man die te bang was om een dwaallichtje te dopen en naar huis liep, stelde de volgende ochtend vast dat er een hand in de deur gebrand stond.
In een huis in verscheen om middernacht altijd een mooi boeket bloemen op tafel. Op dat ogenblik werd de boer uit zijn bed gegooid en hoorde hij de koeien loeien. Een molenaar en een beenhouwer die dat niet geloofden, gingen op een nacht een kijkje…
Een man die 's avonds altijd ging kaarten, had de gewoonte om langs het kerkhof naar huis te gaan. Wanneer de man tussen elf en twaalf uur voorbij het beeld van Onze Lieve Heer kwam, zei hij altijd: "Goedenavond, Onze Lieve Heer". Op een avond…
Een boer zat in zak en as omdat zijn boerderij na een blikseminslag was afgebrand. Een tovenaar die de boer zo bedroefd zag zitten, sprak tot hem: "Als je mijn raad opvolgt, dan zal je weer zover staan als vroeger. Kom morgenavond naar mij toe en dan…
Op een avond kwam een vrouw een huis binnengelopen met de woorden: "Mensen, kom alstublieft mee, want op de weg wordt ik de hele tijd door iets achtervolgd!" Eén van de mannen ging de vrouw achterna en nam een dapper hondje mee. Op de bespookte…
Een man die terugkwam van het café, kwam tot zijn grote schrik een witte vrouw tegen. De man liep bang naar huis. Omdat de man de witte vrouw daarna nog enkele malen tegenkwam, ging hij in het kapelletje bidden tot Sint-Rochus. De man beloofde aan…
Een vrouw die zwanger was van haar derde kind, ging op bedevaart naar de heilige Simforianus. Men moest van daar een kilo suiker meebrengen, om negen dagen in het eten van het kind te doen. Men moest ook voor negen dagen kinderhemdjes meenemen en die…
Een vrouw die enkele mannen bang wilde maken, verborg zich in de Haagweg met een laken over haar hoofd. Een man die terugkwam van een bezoek aan zijn ouders, zag de vrouw met het laken uit de haag springen en zei: "Ik zal eens spoken!" en hij gaf de…