Twee mannen die terugkwamen van Riemst, zagen bij de Vlijtingenmolen een licht uit het Elderendal komen. Daarop sprak één van de mannen: "Ik wilde dat de vuurman op één minuut bij ons was". Het volgende ogenblik stond de vuurman vlak achter de…
Doodkeersen verschenen op plaatsen waar iets verborgen lag of waar iets gebeurd was. Als men naar zo'n lichtje had gewenkt, dan kwam het dichterbij. Als men dan niets had om te geven, dan werd men tegen de grond geslagen.
Op een boerderij waar het kwaad heerste, hoorde men 's nachts altijd stemmen. Bovendien gaven de koeien geen melk meer en stierven uiteindelijk. Toen een pater uit Tielt de boerderij kwam overlezen, werd hij in het water gegooid. De geestelijke heeft…
Een boer die terugkwam van Staden zag iets op de weg liggen. Het was een man die languit op zijn rug lag. Toen de boer dichterbij kwam, begon de man te grommen en ging op handen en voeten staan. De boer wist wel wat er aan de hand was; die man was…
Een doodkeers was een vlammetje dat rondzweefde en altijd een bepaalde afstand van de mensen verwijderd bleef. Als men vooruit ging, week het vlammetje naar achteren. Ging men achteruit, dan kwam het vlammetje dichterbij.
Een man uit Bellegem riep naar een doodkeers. Daarop kwam het lichtje onmiddellijk dichterbij. De man was erg bang en is kort na dat voorval gestorven.
Een arme familie uit Avelgem zag iedere nacht buiten een lichtje verschijnen. De mensen stonden dan op en gingen bij het raam staan kijken. Het lichtje sprong de hele tijd over de graspollen. Als het dichter bij het raam kwam, kropen de mensen…
Een man zag omstreeks negen à tien uur 's avonds een dwaaslicht dat steeds achteruitweek wanneer hij dichterbij probeerde te komen. Dwaallichtjes waren de zieltjes van ongedoopte kinderen.
Bij het verbrande bos lag een heer op sterven. In het bos zat een dier dat steeds dichterbij kwam, naarmate de toestand van de man verslechterde. Het dier riep de hele tijd: "Woe…woe…woe". De mensen geloofden dat de eigendommen van die heer…
Naast het kasteel van de graaf van Elsegem stond een eik die uit het jaar 1730 zou dateren. Vroeger stond die eik op de hoek van een kloosterhoeve. Om middernacht kon men bij de eik muziek horen.
Op de kloosterhoeve vertoefde vroeger een vrouw die…
Op het Vlèruskot spookte het vroeger. Vlèrus werd verbannen naar het verste uiteinde van het erf, bij Transvaal (wijk bij Raversijde). Ieder jaar kwam Vlèrus een voetstap dichterbij.
Bij de Hellebus zat iedere avond een doodkaars. Enkele jongens gingen naar het lichtje kijken en wenkten ernaar. Daarop kwam de doodkaars dichterbij, waarna de jongens in een huis wegvluchtten. Vervolgens hoorde men een luide bons op de deur. De…
Na de eerste wereldoorlog stonden een man en een vrouw 's avonds buiten. In de verte zagen ze een rode bol omhoogvliegen, die dichterbij kwam tot op twintig meter afstand. Eerst zag de bol eruit zoals een schaap. Daarna veranderde het schaap in een…
Een pastoor had een zwarte hond. Na het overlijden van de pastoor liep de hond 's nachts rond in het dorp. Wanneer men het dier riep, dan kwam het tot bij het huis van de persoon die had geroepen. Daarna liep de hond terug naar de pastorij.
Een man die onderweg was naar zijn vriendin, zag dicht bij die boerderij een beeldschone vrouw staan, die dichterbij kwam. De man haastte zich naar zijn vriendin. De man maakte datzelfde nog vaak mee en de mooie vrouw stond iedere keer op dezelfde…
In een klooster in Elsegem kwam Lange Jeanne spoken. Op een dag zag een man haar tegen de deur van de koeienstal leunen. Het was een lange magere verschijning met grote vingernagels. Later zat Lange Jeanne in de eikenboom. Iedere honderd jaar…
Een dwaaslicht was een belletje lichtgevend fosfor dat uit het moeras kwam. Wanneer men dichterbij kwam, vloog het belletje weg door de druk van het naderende lichaam.
Vroeger keerden doden soms terug in de gedaante van lichtjes. Naar dergelijke lichtjes mocht men niet wijzen, want dan kwamen ze dichterbij. Toen iemand toch naar een lichtje had gewezen, kwam het lichtje in een nabijgelegen kerselaar zitten. …
Twee vrouwen die 's avonds bij regenweer op pad waren, zagen in de verte een vrouw uit het dorp aankomen. Toen de vrouw naderde, veranderde ze echter in een pastoor. Die vrouw kon toveren.