De mensen zagen 's avonds altijd witte lichtjes dansen in de weiden. Toen men de lichtjes op een avond dichterbij zag komen, sloot men de deur. Daarna hoorden de mensen wel een kwartier lang gebons op de deur.
Twee vrienden die op een zondagavond naar huis gingen, werden begeleid door een zwarte kat. Hoe vaker de mannen naar het dier schopten, hoe dichter de kat kwam. Toen de mannen op de boerderij kwamen, was de kat verdwenen.
Op een avond in de maand augustus ging een man langs het strand wandelen. In de verte zag de man een licht dat steeds dichterbij kwam. Het leek wel een vuur dat boven de zee zweefde. Opeens ging het vuur in de zee om even later te verdwijnen. Toen de…
Op een dag zag men in Harelbeke sterren op een grote boom. Een man sprak tot zijn knechten: "Jullie moeten eens wenken naar die sterren". Toen één van de knechten dat had gedaan, kwam de ster aangevlogen. De knecht vluchtte naar binnen en de ster…
Een man uit Mannekensvere die 's avonds naar huis kwam langs de koude Schure, zag op een houten schot een brandende kaars staan. Toen de bange man dichterbij kwam, doofde hij de vlam met een slag.
Flerus verscheen nu eens in de gedaante van een werkman, dan weer in de gedaante van een paard. Wanneer het te heet was, stopte Flerus zonder pardon met ploegen. Toen Flerus op een dag pap te eten kreeg, zei hij: "Flerus vertrekt en het geluk ook".…
In een Augustijnenklooster in Elsegem spookte het. Op een dag heeft men het spook Lange Jeanne gevangen, in een flesje gestoken en onder een eikenboom begraven. Men vertelde dat het spook ieder jaar een meter dichterbij kwam. Over een paar honderd…
Een man die op de Zandberg in Okselaar woonde, was op een dag zijn honden aan het afranselen met een riem. De honden waren ook duidelijk ondervoed. Achter de man stopte een auto, waaruit een heer stapte, die zei: "Je mag die honden toch niet zo…
Een dwaallichtje was een lichtje dat uit het water kwam. Wanneer men dichterbij kwam, veranderde het lichtje in een vuurbol. Het was erg gevaarlijk om op dwaallichtjes te fluiten.
Een toveres die niet kon sterven, sprak tot haar dochter: "Nu heb ik iets vreemds meegemaakt! Kom eens wat dichterbij". Toen de dochter dichterbij kwam, zei de heks: "Honderdduizend in een paardenmand!", waarmee ze haar toverkracht doorgaf aan haar…
In Keerbergen was een kindje van een ongehuwd meisje dood geboren. Omdat het kind niet in gewijde grond mocht worden begraven, vroeg men aan een man uit de buurt om het lijkje weg te brengen. Toen de man daar samen met de knecht liep, zag hij achter…
Op een boerderij in Hulste zat een 'wiemke' dat alles in de stallen overhoop gooide. 's Avonds zag men dat wiemke onbeweeglijk in het midden van de boerderij staan. Het kwam ieder jaar een stap dichterbij. Nadat men bij de boerderij een kapelletje…
Een stalkaars was een licht dat dichterbij kwam wanneer men ernaar keek. Een man die omstreeks half twaalf 's avonds naar de repetitie in Dworp ging, zag vaak een stalkaars in de lucht hangen.
De varende vrouw was een wervelwind die 's zomers bij droog weer zand in de lucht deed vliegen. Meestal zag men de wind in het veld. Men kon de varende vrouw van op een kilometer afstand zien aankomen. Ze draaide zeer snel rond en was vijf minuten…
Iedereen die tussen middernacht en één uur voorbij de Hellebus ging, werd gevolgd door een koetsier met een koets die werd getrokken door twee paarden. Ieder jaar kwam het spook tot bij de poort. De boer moest altijd een nieuw hemd bij de poort…
Doodkeersen waren dwaallichtjes. Wanneer men naar zo'n lichtje toe stapte, week het achteruit. Wanneer men een stap achteruit zette, kwam het dichtje dichterbij. De mensen geloofden dat dergelijke lichtjes toverij waren. In werkelijkheid waren het…
Enkele vissers probeerden buiten de Westhinder met een roeiboot in de buurt van een zeemeermin te komen. De meermin dreef op haar rug op het water en had lange blonde haren. Toen de vissers dichterbij kwamen, slaakte de meermin een gil en verdween.
Als men naar een doodkaars had gewenkt, dan kwam de kaars dichterbij. Als men dan niet snel weg was, dan kreeg men een slag waar men duizelig van werd.
De pastoor van Meeuwen werd na een bezoek aan de inwoners van Beek met de huifkar naar huis gebracht door een boer van het Söne. Toen het tweetal op de heide een groot vuur zag, sprak de voerman: "Ik wil mijn sigaar aansteken, maar ik heb geen…