Japik Ingberts gaat met het paard van de boer naar de markt om het te verkopen. Hij laat een bakker een brood op zijn rug stoppen, zodat het lijkt alsof hij een bochel heeft. Terwijl de bakker bezig is, steelt Japik snel diens zware gouden horloge…
Vrijdag, achttiende kapittel. Een vrouw die wil dat haar ongeboren kind klein blijft tijdens de zwangerschap moet ontbijten met in wijn gedompeld, geroosterd witbrood. Een ander zegt dat kinderen klein zijn door een gebrek aan merg (het binnenste,…
Donderdag, achttiende kapittel. Als je kleine honden water geeft waarin je je handen 's morgens hebt gewassen en je laat ze brood eten dat nat is gemaakt in dat water, dan groeien de honden niet meer. Je kan de honden ook in een pot houden. Dan…
Pike staat een keer bij de sloot te huilen omdat jongens hem zijn brood hebben afgepakt. Als de ander vraagt of ze het met opzet hebben gedaan, zegt Pike 'nee, met leverworst' .
Er is eens een arme houthakker met drie kinderen waarvan Klein Duimpje er een is. Als ze geen eten meer hebben hoort Klein Duimpje zijn ouders zeggen dat ze de kinderen maar moeten later verdwalen in het bos. De volgende dag laat Klein Duimpje…
Een man kwam terug van het werk bij de boer, toen hij werd tegengehouden door een plaagbeest. Het was net een grote hond. Van een andere man kreeg hij toen een stuk roggebrood. Dit gaf hij aan het dier, en toen kon hij verder.
Een bakker en slager waren altijd vroeg op weg om hun spullen te halen. Op een keer kwamen ze elkaar tegen. De slager zei tegen de bakker dat hij een brood bij hem had gehaald. De bakker zag dat hij niets bij hem had, maar de slager zei dat het brood…
Een kind was betoverd. De mensen verdachten Rikele Myt ervan de heks te zijn. De ouders maakten alle gaten in huis dicht, ook het sleutelgat. En ze kookten spelden. De heks kwam aan de deur en gilde het uit van de pijn. Ook vonden ze kransen in het…
Een vrouw uit Soesterberg heeft geen geld meer om brood voor haar kinderen te kopen en is op weg naar Utrecht om daar te gaan bedelen. Als ze de kerk in Soesterberg gepasseerd is komt ze een vrouw tegen die haar zegt dat ze de broeksbanden los moet…
In Kimswerd woont Grote Pier, die wreed is en tevens een vechtersbaas. Als de vijand niet 'Boter, brood en groene kaas' in het Fries kan zeggen, doodt hij hem. Als hij een keer aan het ploegen is, vraagt iemand hem waar Grote Pier woont. Pier neemt…
Mijn moeder en nicht zijn een keer aan het vlakstappen bij een boer in Zoutkamp. Het zijn twee vrijgezellen met een vrijgezellenmeid. Op een nacht hoort de nicht een klein kind en de volgende nacht hoort moeder het ook. Dit gebeurt elke nacht. Als ze…
Een fysicus waarschuwt ervoor om broodjes te bakken van graancirkel-tarwe: het graan kan biologische afwijkingen vertonen. Daardoor kan het op zijn minst vies smaken, maar er kan ook gevaar voor de gezondheid zijn. Uiteindelijk blijkt dat niet het…
Een kunstenaar koopt de tarwe van de graancirkel in Stadskanaal om er graancirkelbroodjes van te bakken. Een graancirkel-deskundige waarschuwt voor mogelijke schadelijke gevolgen voor de gezondheid.
Een speelman belooft een groep jongelui een maaltijd met boter, zeer tegen de zin van zijn echtgenote, die na afloop begint te redetwisten. Als de vrouw later in bed met hem wil vrijen, wijst hij haar - ondanks zijn erectie - af, en geeft haar…
Een wijnkoper smokkelt wijn zonder belasting te betalen, zelfs onder de ogen van de ontvangers. Later nemen de ontvangers wraak en laten de wijnkoper voor al zijn misstappen boeten. Eén van de ontvangers is nogal grofgebekt, en bij hem haalt de…
Wannen dienen om het graan te zuiveren, maar ook om de darmen van een geslacht varken schoon te maken. Zat er een rot stuk in de wan, dan lapte de wannenlapper er een nieuw stuk in.
Broekegängske is een smal straatje naast het raadhuis, dat de Keefheuvel met de Hoofdstraatverbindt. Het rook er altijd heerlijk vanwege twee vrouwkes, die er woonden, Kaatje en Mie. Kaotje was getrouwd met een klompenmaker, met de werkplaats achter…
Na afloop van de kermis te St. Oedenrode zongen Kulhannes en zijn kameraden over "De Rooische bokken", waarop de jongelui uit Rooi vuil keken en zongen over de Liempdse vilders.
Het harde werken van Mie, de vrouw van Jaon van Esch, waarbij de kabouters helpen, zoals Jaon zegt, die in de kabouters gelooft. Ook hem helpen ze o.a. met ploegen, hout kappen.