Een schoenmaker was tijdens een wandeling in het bos in slaap gevallen. Toen de schoenmaker wakker werd, zag hij allemaal kaboutertjes rond zich dansen. "Je moet niet boos zijn", spraken de kaboutertjes, "we hebben eten bij. Eet maar mee!" Na het…
Een boer die in verband met smokkel voor de rechtbank moest verschijnen, had geen tijd om zijn veld te bemesten. De kaboutertjes hebben voor die boer het hele veld bemest.
Een kleermaker of schoenmaker werd geholpen door de alvermannetjes die 's nachts zijn werk kwamen doen.
Wie de was niet gedaan kreeg, moest wat rijstpap buiten zetten voor de alvermannetjes.
Om te voorkomen dat kinderen in een put vielen,…
Vroeger woonden er in de grachten van Bree alvermannetjes. Wanneer de mensen brood moesten kneden of hun veld moesten bemesten, dan deden de alvermannetjes dat 's nachts voor hen in ruil voor wat voedsel. Toen een nieuwsgierige man op een nacht de…
Wanneer de mensen niet klaar waren met hun werk, dan zeiden ze vaak: "De kabouters of de èverkes zullen het wel komen doen". Sommige mensen zetten zelfs voedsel op tafel voor de kaboutertjes. De volgende ochtend stond het eten er echter nog.
Een boer die vier kinderen had en zijn werk niet gedaan kreeg, had een Duitse schaper in dienst, die zei: "Je moet je geen zorgen maken. Ga op je veld zitten en kijk niet naar wat er gebeurt". De boer deed wat hem was aangeraden, en hij hoorde hoe de…
Vroeger leefden er alvermannetjes onder de grond. Onder de Itterpoort hadden ze een gang gegraven, die uitkwam in het Meinestraatje. De alvermannetjes deden het werk van de mensen, bijvoorbeeld het bemesten van het veld, in ruil voor voedsel.
Op een dag is heel Opglabbeek afgebrand. Enkel de schuur van de familie Engelen bleef gespaard, omdat de alvermannetjes daar een vuurtje hadden gestookt. De alvermannetjes deden 's nachts het werk van de boeren.
In de heuvels van Weert woonde een arme boer die vaak door de kaboutertjes werd geholpen met het dorsen van het graan en het bemesten van het veld. De boer moest de kaboutertjes nooit iets betalen voor hun hulp.
De Wiemkens waren spoken die verbleven in de schuren van de vlasboeren. Op de Bergen in Desselgem stond vroeger een boerderij waar de Wiemkens vaak vertoefden.
De Wiemkens hielpen de mensen door het vlas op de schuurvloer te gooien. Men mocht…