In Kesselt kwam een officier met zijn soldaten in B.'s boerderij logeren. De boer had zijn geld verstopt onder een balk. De officier kwam binnen, keek rond en zei: "Daar steekt de grote hond en daar steekt de kleine hond". De boer wist…
Twee mannen die op een avond terugkwamen van Merchtem, zagen op de Kouter een stallicht. Eén van de mannen sprak: "Als je geen kwaad hebt gedaan, dan mag je naar een stallicht wijzen. Als je wel iets hebt gedaan, mag je dat niet doen, want dan kan de…
Een man had altijd hoofdpijn. Op een zondagochtend ging die man samen met zijn vrouw naar een genezeres in Jette. Het was nog geen acht uur, maar er zaten toch al dertig of veertig mensen in de wachtkamer. Toen de genezeres iemand kwam halen in de…
Vroeger moesten de zieltjes die kwaad hadden gedaan, na de dood terugkeren. Als iemand de moed had om het zieltje aan te spreken, dan was het verlost. Nu blijven de zieltjes in het vagevuur om boete te doen.
Op een boerderij in Meulebeke gingen de dieren allemaal dood. Omdat men geloofde dat er kwaad in het spel was, kwam een pater uit Steenbrugge de boerderij overlezen tot hij helemaal bezweet was. De pater moest daarna vertrekken met de trein van elf…
Mensen die met de duivel omgingen, waren in de macht van het kwaad. Wanneer die mensen probeerden te bidden, werden ze overspoeld door slechte gedachten.
Een boer was kwaad geworden op een Duitse schaper die altijd bij de boerin op bezoek kwam. "Dat moet gedaan zijn of ik zal jou eens een lesje leren!" had de boer gezegd. De Duitse schaper gooide vanalles naar de boer. Iedere keer moest de boerin…
Op een boomstronk zag men altijd een klein hondje zitten. Men wist niet waar het hondje vandaan kwam, want er was enkel een klein hol te zien. In de buurt van die boomstronk kon men bovendien geen enkele haas meer neerschieten. Op een dag vond men er…
Met Allerheiligen moest men altijd bidden voor de zieltjes van de kinderen die in het vagevuur om hulp riepen. Sommige mensen hingen in een kleerkast een gebed om zich te beschermen tegen heksen, duivels en boze krachten.
Een toveres uit Leerbeek ging vaak een man uit de buurt roepen. Die man had echter altijd wijwater gebruikt, waardoor de toveres geen macht over hem had. Op zekere dag werd de toveres op haar weg naar de markt in de gracht gegooid. De man die bij…
Een man die een vuurbol boos had gemaaakt, werd door het vuur achtervolgd. De volgende ochtend stelde de man vast dat er een grote vlek in de deur was gebrand.
Een vrouw sprak tot iemand die op bezoek moest gaan bij een heks die een toverboekje bezat: "Ze zal haar hand op je schouder leggen. Als je zegt: 'God zal het je lonen', dan zal ze je geen kwaad kunnen doen".
Een weerwolf kwam bij een oude vrouw aan het raam kijken. Daarop sprak de vrouw: "Hé, jij vies beest, ben je daar nu weer!" Daarna liet de weerwolf winden.
Een boer wiens stal behekst was, liet een pastoor komen om de stal te zegenen. De pastoor riep: "En nu ga je eruit!", waarop een stem antwoordde: "Ik ga er niet uit!" Zo gebeurde het drie keer opnieuw vooraleer het kwaad was verdreven.
In een huis in Meulebeke hoorde men 's nachts altijd een hels lawaai alsof alles aan diggelen werd gegooid. Er was echter niets te zien en 's ochtends was er geen spoor van de gebeurtenissen. Toen de paters van Tielt het huis kwamen overlezen,…