Wanneer de mensen niet klaar waren met hun werk, dan zeiden ze vaak: "De kabouters of de èverkes zullen het wel komen doen". Sommige mensen zetten zelfs voedsel op tafel voor de kaboutertjes. De volgende ochtend stond het eten er echter nog.
De kaboutertjes die ’s nachts bij maneschijn tevoorschijn kwamen en begonnen te dansen, leken wel tovenaartjes. Zodra de zon ’s morgens opkwam, verdwenen de kabouters weer in de wilgen.
In de heuvels van Weert woonde een arme boer die vaak door de kaboutertjes werd geholpen met het dorsen van het graan en het bemesten van het veld. De boer moest de kaboutertjes nooit iets betalen voor hun hulp.
De Wiemkens waren spoken die verbleven in de schuren van de vlasboeren. Op de Bergen in Desselgem stond vroeger een boerderij waar de Wiemkens vaak vertoefden.
De Wiemkens hielpen de mensen door het vlas op de schuurvloer te gooien. Men mocht…
Als er 's avonds wel vijfhonderd of zeshonderd bussels hout in het bos lagen, gebeurde het vaak dat het hout 's ochtends allemaal in mijten was gelegd. De kabouters hadden dat gedaan. Omstreeks negen uur 's avonds kon men dan zo'n vijftig mannetjes…
Wie wilde dat de kabouters het veld zouden omploegen, moest de ploeg op het veld laten staan en er een boterham of wat tabak naast leggen. 's Ochtends was het hele veld omgeploegd.
Een Duitse schaper had een koffer waarin hij toverboeken bewaarde. Op een dag had de boer stiekem in de boeken van de schaapherder zitten lezen, waardoor de boerderij vol rode kaboutertjes zat. De Duitse schaper kwam snel naar huis en goot lijnzaad…
Een smid die geen werk had, besloot met zijn hamer de wijde wereld in te trekken. Na een halve dag kwam de smid een mandenvlechter en een koordenmaker tegen, met wie hij verder reisde. 's Avonds namen de drie mannen hun intrek in een zaal van een…
De kabouters die in Maarheze woonden, berokkenden de mensen heel wat last. 's Nachts braken de kabouters alles af wat de mensen overdag met veel moeite hadden gebouwd. Soms vernielden ze 's nachts ook de vruchten op het veld.
De kabouters woonden in spelonken op het grensgebied tussen Vechmaal, Oreye en Horpmaal. In Wallonië noemde men die grotten 'les trous des nutons'. De kabouters deden 's nachts de was voor de mensen in ruil voor een wit brood.
Een man die te ver had gelezen in een toverboek, werd begeleid door roodkapjes (kabouters) wanneer hij terugkwam van zijn werk. Bij zijn thuiskomst riep de man: "Haast je, moeder, doe de deur dicht!" De moeder kon de kleine wezentjes niet zien.
Toen boer Karel W. ziek was, hebben de kaboutertjes zijn hele veld omgeploegd. Omdat de boer echter niet wilde toegeven dat de kabouters hem hadden geholpen, zijn die dwergjes hem nooit meer komen helpen.
Enkele knechten moesten de oogst bijeenbinden vooraleer ze naar de kermis in Menen konden gaan. Toen de knechten ijverig aan het werk waren, verschenen de rode mannetjes met de woorden: "Als jullie alles doen wat wij zeggen, dan zullen wij jullie…
Een boer die 's nachts nooit rust had, goot op een dag twee zakken graan in de houtmijt. Omdat de rode wiemkes al die graantjes uit de houtmijt moesten rapen, hadden ze zoveel werk dat ze daarna nooit meer zijn teruggekeerd.
De kaboutertjes waren kleine mannetjes die in ruil voor voedsel het werk van de mensen deden. Soms kwamen de kaboutertjes echter ook ongevraagd. Er was geen enkele manier waarop de mensen ze konden buitensluiten. Omdat de mensen dat beu werden,…
Een kleine jongen werd door zijn grootvader gewaarschuwd dat hij niet te dicht bij de ton naast het huis mocht komen. In die ton zat immers een watergeest die 's avonds met een grote zwarte haak de verloren kaboutertjes kwam terughalen. Als de…
Een bultenaar die op een nacht naar huis wandelde, zag in het bos van Ooigem een groot vuur waarrond kaboutertjes dansten en zongen: "Zondag, maandag, zondag, maandag". Toen de bultenaar begon mee te zingen, vroegen de kaboutertjes waarom hij dat…