Een boer die 's nachts nooit rust had, goot op een dag twee zakken graan in de houtmijt. Omdat de rode wiemkes al die graantjes uit de houtmijt moesten rapen, hadden ze zoveel werk dat ze daarna nooit meer zijn teruggekeerd.
De kaboutertjes waren kleine mannetjes die in ruil voor voedsel het werk van de mensen deden. Soms kwamen de kaboutertjes echter ook ongevraagd. Er was geen enkele manier waarop de mensen ze konden buitensluiten. Omdat de mensen dat beu werden,…
Een bultenaar die op een nacht naar huis wandelde, zag in het bos van Ooigem een groot vuur waarrond kaboutertjes dansten en zongen: "Zondag, maandag, zondag, maandag". Toen de bultenaar begon mee te zingen, vroegen de kaboutertjes waarom hij dat…
Tijdens de oogst waren enkele mannen en vrouwen verwoed op het veld aan het werk omdat er een onweer dreigde. Een voorbijwandelende Duitse schaper gaf de knechten en meiden de raad op de grond te gaan liggen zonder te kijken. Even later verschenen op…
De alvermannetjes woonden op het Molenveld in Neeroeteren. In ruil voor voedsel deden ze 's nachts het werk van de mensen. Toen een vrouw op een nacht de alvermannetjes door het sleutelgat bespiedde, zei één van de dwergjes: "Blaas dat licht eens…
De alvermannetjes woonden in de mergelgroeven tussen Millen en Val-Meer. In Elst woonde Jan Ecke, de baas van de alvermannetjes. Wanneer de boeren hem een kom rijstpap brachten, dan was 's ochtends al hun werk gedaan.
Vroeger kwamen de alvermannetjes de boeren vaak helpen met hun werk, bijvoorbeeld met het poetsen van het koper. Wanneer de alvermannetjes een stoomketel kwamen poetsen, zorgden ze ervoor dat die blonk zoals een spiegel. In ruil daarvoor vroegen ze…
Een man zat de alvermannetjes langs de schoorsteen te bespieden. Opeens riep één van de dwergjes: "Pierke, blaas dat licht eens uit". Daarop blies één van de alvermannetjes de spieder een oog uit.
In de buurt van 'Ventje' en het 'kattensteegje' woonden dwergjes met puntige schoenen en een puntige muts. 's Nachts hielden die alvermannetjes zich bezig met het graven van een onderaardse gang, die uitkwam in een put bij een oud huis waarin een…
De alvermannetjes waren goede geesten. Men geloofde dat ze 's nachts de tinnen vorken en lepels kwamen poetsen in ruil voor wat voedsel. De volgende ochtend bleek het werk echter toch niet gedaan te zijn.
Vroeger leefden de alvermannetjes in een oude molen. Die dwergjes deden niemand kwaad, maar als ze iets nodig hadden, dan kwamen ze dat bij de mensen lenen. Wanneer ze het geleende terugbrachten, keken ze of er geen klusjes voor de mensen konden…
De Hussen waren rovers die in België, Duitsland en Frankrijk vertoefden. De rovers kwamen bijeen bij de Plesbeek. De buit werd verdeeld in een café bij de Volkermolen. De baas van de Hussen stak dan zijn dolk in het midden van de tafel. Zodra het…
De alvermannetjes bemestten het veld in ruil voor wat eten. Op een dag had een boer leren lappen gekookt om aan de alvermannetjes te geven. Daarop sprak één van de mannetjes: "Ik ben al zo oud dat ik twee molenassen op één stronk heb zien groeien,…