In het huis van een bezembinder kwam altijd een kat binnen langs het afvoergat voor het water. De volgende dag wisten de buren altijd wat in dat huis was gezegd. Op een avond goot de bezembinder kokend water over de kat. De volgende dag had één van…
Een man die terugkwam van de herberg, zag midden in het bos een mooi café. De man ging binnen in de herberg en hing zijn jas aan een mooie kapstok. Toen de man een kruisteken had gemaakt, was het hele tafereel verdwenen en zag hij zijn jas aan een…
Osschaart liep vaak over straat met een lange ketting. Een man die zich op zaterdagavond altijd ging laten scheren, zag vaak een grote grijze hond met een ketting. De hond liep met de man mee tot de man thuis was. Daar sprong de hond in het water en…
Wanneer de mensen uit Sint-Joris-ten-Distel naar de mis gingen, kroop er altijd een grote waterduivel uit de vaart. Die waterduivel ging mee tot aan de kerk, maar hij deed niemand kwaad.
Mensen en paarden konden door de maar worden bereden. De maar had te maken met toverij en werd veroorzaakt door mensen die een bepaalde persoon niet konden luchten. Paarden die door de maar werden bereden, werden nooit vet.
Op een boerderij werkte een Duitse Schaper die vaak naar huis vloog. Omdat de knecht niet geloofde dat de schaapherder zo snel naar huis kon vliegen, bood de schaper hem aan om een keer mee te gaan. Toen de knecht dat deed, vergiste hij zich echter…
Enkele mensen die op een zondagavond in hun stamcafé aan het kaarten waren, raakten verwikkeld in een gesprek over Osschaart. Eén van de mannen zei: "Als je hem tegenkomt, moet je je vest naar hem gooien. Hij zal dan heel tevreden zijn". Toen de…
Een man kwam omstreeks elf of twaalf uur 's avonds terug van Sint-Joris-ten-Distel, toen hij vóór zich een gedaante zag lopen. De man besloot wat sneller te stappen om de gedaante in te halen. Dat bleek echter onmogelijk. Hoe sneller de man stapte,…
Twee mannen die fazanten gingen stropen, liepen langs een binnenweg en belandden in de hellewagen. De mannen moesten eten en drinken en ze zongen: "Zou je mij niet willen met mijn dikke vette billen en mijn rijstpapgat, met mijn rijstpapgat!" Na de…
Een man ging in de sneeuw op hazenjacht. Toen de dertiende haas voorbijliep, sprak het dier tot de man: "Blijf daar maar zitten, want er komen er nog veel na mij". De man wilde zijn arm opheffen om te schieten, maar dat lukte niet. De arm was zo…
Een heer die met een paardenkar naar Brugge reed, moest onderweg halt houden omdat zijn paarden niet meer voort konden. De heer vroeg aan een Duitse schaper die langs de kant van de weg zijn schapen aan het hoeden was, om hem te helpen. Toen de…
Een vrouw vloog op een geit naar waar ze maar wilde, nadat ze had gezegd: "Over alles en boven alles". Op een dag wilde de dochter van die vrouw haar moeder imiteren. Ze vergiste zich echter bij het uitspreken van de toverformule en zei: "Over alles…
Wie tijdens zijn slaap door de maar werd bereden, had in werkelijkheid een stilstand van het bloed. Zulke mensen schreeuwden in hun slaap. Om zichzelf tegen de maar te beschermen, moest men een stok boven zijn bed steken, die zelf ook door de maar…
Een toveres kon de mensen doen verdwalen en door het water doen lopen. Op een dag sprak de toveres tot een jongen: "Ga maar naar huis, want je zal toch nooit thuis geraken!" De jongen liep de hele weg in de gracht, tot iemand hem er kwam uithalen.
Een weduwe die twee zonen had, stelde vast dat één van haar zonen graatmager werd, terwijl de andere er heel normaal uitzag. De magere zoon lag 's nachts altijd te zweten en te zuchten in zijn bed. Op een nacht wisselden de twee zonen van bed. De…
Op een boerderij waar men enkele dochters had, kwam vaak een jongen uit Aaigem om één van de meisjes het hof te maken. Toen de jongen op een avond naar huis vertrok, sprak zijn vriendin: "Je mag niet langs dat straatje gaan, want daar gebeuren soms…
Toen enkele mensen terugkwamen van de kermis in Branst, moesten ze voorbij het kerkhof. De grafdelver die daar een put aan het graven was, riep: “Wacht, ik ga mee!” De kermisgangers geloofden dat er een dode uit zijn graf was gekomen.
Als men wilde weten of iemand een toveres was, moest men in de voetstappen van de verdachte vrouw lopen. Als de vrouw een toveres was, zou ze achteromkijken.
Op een boerderij op het Oostveld had men altijd ongeluk. Een vrouw die haar hand door de haag had gestoken, had de boerderij betoverd. Die vrouw was gedwongen om zoiets te doen omdat ze had gelezen in de boeken van de Duitse schapers.
In Sint-Joris-ten-Distel lag vroeger een schip dat 'de Barge' heette. Langs de vaart hoedde een Duitse schaper zijn schapen. Wanneer de schipper op zijn fluitje floot, begonnen alle schapen te dansen. Daarop gooide de schaapherder gooide hij zijn…
Wanneer de kinderen vroeger in de wijmen speelden, maakte men hen bang voor Kleudde over de Vliegende Geit, die hen zou meenemen. Dat deed men om te verhinderen dat de kinderen zouden verdrinken wanneer het hoogtij werd.