Drie mannen die terugkwamen van de kermis in Zolder, wandelden door het Vogelsangbos. Eén van de mannen zei: "Frisse, geef mij je hoed eens, dan zal ik erin plassen". Een andere man was stiekem verdergelopen en stak zijn hoed van achter een struik…
Bij het kasteel van Anzegem spookte het vroeger veel. Niemand durfde nog in dat bos te komen omdat er iedere nacht katten, honden en zelfs varkens heen en weer liepen. Nadat men daar een kapelletje had gebouwd, verschenen er geen dieren meer in het…
Theo P. ging samen met Tinus P. en Martin K. op strooptocht in Heks-bos. Opeens hoorden de mannen een belletje rinkelen, hoewel er niets te zien was. Het was een heel ander geluid dan dat van de flessen die de kasteelbewoners in de bomen hingen om…
Op de Bokt woonde een vrouw die 's nachts niet kon slapen omdat ze door de kwade hand was geraakt. Pier, die 's avonds vaak op hazenjacht ging, had van iemand de raad gekregen om eens een kijkje te nemen in het bos van de paters. "Je moet wel…
Een schoenmaker was tijdens een wandeling in het bos in slaap gevallen. Toen de schoenmaker wakker werd, zag hij allemaal kaboutertjes rond zich dansen. "Je moet niet boos zijn", spraken de kaboutertjes, "we hebben eten bij. Eet maar mee!" Na het…
De gestorven rentmeester van het kasteel van Vogelsang kwam in het bos bij de brug over de beek spoken met koets en paard. Omdat de mensen bang waren voor het spook, hebben de geestelijken het verbannen.
Enkele jongens en meisjes gingen samen met hun vader hout halen in het bos. Plots rolde er een vuurbol door de gracht langs het bos. Bevend nam de vader zijn kinderen bij de hand en liep het bos uit. Even later spatte de vuurbol uiteen. Bij het…
Een boerin die door het bos naar de winkel ging, kwam een oude vrouw tegen, die om een snoepje vroeg. De boerin gaf de vrouw een snoepje en ging verder. Toen de boerin de oude vrouw een tijdje later opnieuw tegenkwam, vroeg die vrouw weer om een…
De bokkenrijders reden op een bok na het uitspreken van de toverformule: "Over haag en heg, tot in de wijnkelder in Leuven". Een jongen die met de bokkenrijders was meegeweest, kreeg een zilveren servies in de handen. Toen de jongen zei: "God…
Vroeger geloofde men dat in het Appelarenbos een kooi stond, waarin de geest van Méas huisde. Omdat de mensen bang waren voor geesten, durfden ze in dat bos geen hout te gaan halen. Tijdens een strenge winter gingen twee dappere mannen toch naar…
De bokkenrijders verbleven in de bossen van Averbode. In Tessenderlo kwamen de rovers bij een arme vrouw het spek stelen. Daar in de buurt vond men mooie schoenen die de bokkenrijders droegen wanneer ze gingen stelen.
De bende van Bakelandt vertoefde vooral in de streek van Houthulst, Langemark, Staden en Ieper. De bende bestond uit zo'n twaalf rovers. 's Avonds verlieten de rovers hun holen om te gaan plunderen. De mensen waren zo bang dat ze niet meer in het bos…
Een jongen die te paard door het bos reed, zag tot zijn grote schrik een leeuw staan. De jongen beloofde aan Onze-Lieve-Vrouw dat hij een kapelletje zou bouwen als hij het er levend zou van af brengen. Plots was de leeuw verdwenen. De jongen bouwde…
Enkele heksen die in het bos zaten, sneden een tak af en liepen rond een ketel terwijl ze riepen: "Potje kook! Potje kook!" en op de ketel klopten. Even later kookte de inhoud van de ketel, hoewel er nergens vuur te bespeuren was.
In Meershoven stond een huisje waar heksen woonden. De heksen kwamen daar bijeen en gingen door het bos naar Krundel. Heksen konden zichzelf veranderen in katten.
Bakelandt vertoefde in spelonken in het Houthulstbos en in het Vrijbos. Bij de bende was ook een vrouw. Op een dag pleegde de bende van Bakelandt een inbraak bij een boer die in de Stadendreef woonde. De meid sprong door het raam naar buiten en…