De kaartridder speelde 's avonds een spelletje kaart. Toen één van de spelers zich bukte om een gevallen kaart op te rapen, zag hij dat de ridder paardenpoten had. Het was de duivel.
De bokkenrijders hebben veel gestolen, maar ze hebben nooit mensen vermoord. Aan de galg tussen Elen en Maaseik werden ze opgehangen.
Na de hoogmis was men bij een boer aan het kaarten. Plots kwam er een man binnen, die zei: "Jij, jij hebt mij…
Een gezin had een huis gekocht in Keiem bij Diksmuide. Tijdens de eerste nacht werd de vrouw des huizes omstreeks twaalf uur wakker van een geluid. De vrouw zag een grote hand die de twaalf borden op de schoorsteenmantel verplaatste. De andere…
Op het kasteel van Heppeneert woonde een ridder die al zijn geld was kwijtgeraakt aan kaartspelletjes. Toen de ridder zijn ziel aan de duivel had verkocht, mocht hij nog zeven jaar in weelde leven. De zus van de ridder was een vrome vrouw die veel…
Een man die in Brussel een boek had gekocht, raakte dat boek niet meer kwijt. Zelfs als de man het boek probeerde te verbranden, raakte hij het niet kwijt. Op een avond zat de man in een café te kaarten. Toen de man naar buiten ging om een boodschap…
Op de Duivelsborre stond een groot kasteel waar men vaak zat te kaarten. Toen men op zekere dag nog een vierde man nodig had om te kaarten, riep men dat de duivel mocht komen. De duivel verscheen en het kasteel is verzonken in een put die de naam…
Een man die in Maarheze was gaan kaarten, kwam om middernacht terug naar huis. Toen de man voorbij het huis van smid Smeets wandelde, zag hij plots een grote hond op de weg. Daarop liep de man naar huis zo snel hij kon. De volgende dag had de man…
De bende van Bakelandt bestond uit acht of negen rovers die in een herberg bijeenkwamen. Bakelandt was afkomstig van Ledegem. De eerste inbraak die de bende pleegde, was op een boerderij. Omdat de boer zich verzette, werd hij met zijn voeten omhoog…
Een man die was gaan kaarten, kwam omstreeks negen uur 's avonds naar huis. Toen de man een uur onderweg was, hoorde hij iemand roepen: "Ik geraak hier niet meer weg!" De man zag iemand staan, die helemaal bezweet was omdat hij door de maar werd…
Een man uit Neerglabbeek bezat een toverboekje. De man was niet getrouwd en deed niets anders dan kaarten en drinken. Door zijn toverkracht kon de man de patrijzen die op het Sjaarveld zaten, naar zijn huis toveren. Op een dag moest de man zijn…
In een café kwam een heer binnen, die meespeelde met een kaartspel. Toen één van de mannen een gevallen kaart opraapte, zag hij dat de heer een paardenpoot had. Sindsdien kreeg dat café de naam: 'Het wit paard'.
In Ruddervoorde woonde een man die geld kon doen verschijnen en de kleren van de mensen stuksneed. Op een dag vroeg een buurman aan die man hoe hij dat deed. Daarop toonde de man hem een doosje, waarin een zwart beestje met een bloedrood bekje zat.…
Enkele mannen zaten in een café in Opoeteren te kaarten. Toen de mannen buiten wel duizend dwaallichtjes zagen, floten ze naar de lichtjes en haastten zich vervolgens naar binnen. De mannen waren nog maar net binnen of er werden twee handen in de…
Een man die in het donker alleen terugkwam van een kaartavond, zag onderweg een verschijning met een krijtwit gezicht. Het spook droeg bovendien een lange dodenmantel. Doodsbang ging de man naar binnen. Enkele dagen later kwam de man het spook…
In een herberg zaten twee mannen te kaarten. Op zeker ogenblik zei één van de mannen: "Ik heb acht troeven". Daarop sprak de andere man: "Ik heb ook acht troeven. We moeten dus stoppen". De twee tovenaars waren allebei even sterk.
Een man die met enkele vrienden zat te kaarten, zei plots: "Zal ik de haan eens doen binnenkomen?" Daarop sprong de man op tafel en begon te kraaien zoals een echte haan.
In Bellingen zou ooit een vrouw hebben gewoond, die ervan werd verdacht een toveres te zijn. Een man ging op een zaterdag in het café kaarten, terwijl zijn vrouw naar de naaister ging. De man had afgesproken dat hij zijn vrouw zou gaan ophalen. De…
Een man die 's avonds bij een vriend ging kaarten, zag bij het Hussenhof een kat op de weg zag zitten. De man gooide een klompje aarde naar de kop van het dier. Toen de man wat verderop zijn behoefte ging doen in een veld, geraakte hij niet meer…
Een man ging iedere zondagavond kaarten. Toen de man op een zondagavond terugkwam met een lantaarn in zijn hand, raakte hij verdwaald. Het licht in de lantaarn werd bovendien altijd gedoofd. Pas de volgende ochtend vond de man zijn huis.
Een man die 's avonds was gaan kaarten, zag onderweg de hele tijd een spook voor hem springen. "Ook al ben je de duivel", zei de man, "ik ga niet meer uit de weg". Toen de man een kruisteken maakte, was de vreemde verschijning plots verdwenen.
Op de heide in Kester was een café waar men 's avonds ging kaarten. Soms zag men een kip op de plank met de glazen zitten. Wanneer men dichterbij kwam, verdween het dier. Die kip was een toveres.
Mensen die hun ziel hadden verkocht aan de duivel, konden niet sterven vooraleer ze hun toverkunsten aan iemand anders hadden doorgegeven.
Een man die door de duivel was bezeten, stotterde erg. Toen die man op een dag aan het kaarten was, zei hij:…