Vroeger gebeurde het soms dat late wandelaars werden besprongen door een hond. Net zoals een weerwolf liet die hond zich dragen. Wie driemaal een dergelijke hond had moeten dragen, stierf kort daarna.
De kwade hand werd vooral geassocieerd met oude mensen die kromme rug hadden en met een stok liepen. Als zo iemand in de stal was geweest, dan lag er binnen twee dagen een dier dood.
Fien C. uit Kuringen had een kromme rug en liep met twee stokken. Op een dag zei iemand: "Fien is een heks. Als je je voeten gekruist op haar spoor zet, moet ze blijven staan". Een man die dat eens had uitgeprobeerd, schrok erg toen Fien zich…
De weerwolf liet zich vaak door mensen dragen. Op een dag had een man echter een mes op zijn rug vastgemaakt. Toen de weerwolf de man besprong, was hij gekwetst. Weerwolven die bloed verloren, werden weer mens.
Een soldaat die een bijverdienste zocht, ging bij een boer helpen met het binnenhalen van de oogst. De soldaat deed twaalf mannetjes verschijnen, die de hele oogst in een mum van tijd hadden binnengehaald. Daarna moest de soldaat de mannetjes weer…
Heksen die zich in een kat hadden veranderd, sprongen soms op iemands rug. Een kat die zich liet dragen, woog alsmaar zwaarder en zwaarder. Toch mocht men de kat niet neerzetten, want dat was gevaarlijk.
Bij een draaikruis in een weide stond een weerwolf die de mensen tegenhield. Wanneer men voorbij het draaikruis wilde geraken, moest men tegen de weerwolf vechten. Als het dier op zijn rug lag, viel het vel op de grond en kon men door.
Men moest zijn schoenen of klompen altijd met de hielen naar het bed gericht zetten. Anders kon men 's nachts door de maar worden bereden.
Een man die door de maar werd bereden, had het gevoel dat er een ketting op zijn hart viel. Men kon alleen…
Wanneer de vrouwen water gingen halen, werden ze soms besprongen door een weerwolf die in de bomen zat. De weerwolf sprong zijn slachtoffers in de nek en liet winden. Nadat de vrouwen de weerwolf een stukje hadden moeten dragen, liepen ze…
Een dronkaard die op een zondag in het café zat, sloeg met zijn mispelaren knuppel op tafel en riep: "Ik zal vandaag nog vechten, ook al moet ik vechten met de duivel!" Toen de man buitenkwam, sprong er iets op zijn rug. De dronkaard heeft zo hard…
Een man wiens kind net was gestorven, toonde aan een bezoeker het ruggetje van het kind. Op de rug stond een boom van aan het hoofd tot aan de voeten. Volgens de vader van het kind had een heks dat gedaan.
Een vrouw die pannekoeken stond te bakken, schrok toen er een zwarte kat binnenkwam en vroeg of ze ook pannenkoeken kreeg. De vrouw goot het hete vet uit de pan over de kat. Even later kwam er een man zalf vragen om op de verbrande rug van de heks…
Een man was 's avonds laat nog bij een smid in Gelinden. Wanneer de man naar huis vertrok, zei de smid: "Ga niet langs het Paardskerkhof in Engelmanshoven, want je weet toch dat daar een veulen rondloopt dat niet deugt." De man antwoordde: "Ik ben…
Op een avond kwam Marten te voet terug van Bree, toen er plots een weerwolf op zijn rug sprong. De pastoor die in de buurt van Potleen woonde, had al Marten iets willen geven waarmee hij zich tegen weerwolven zou kunnen beschermen. Marten vond dat…
Wie tijdens de consecratie achteromkeek, kon mensen die de kwade hand hadden of die met de duivel omgingen, met hun rug naar het tabernakel zien zitten.
Harieke H. woonde in de Gerdingerstraat in de buurt van 't Stift in Bree. Toen Harieke op een dag van Gerdingen naar Bree wandelde, sprong er onderweg plots een weerwolf op zijn rug. Bij het huis van dokter V. probeerde Harieke de weerwolf kwijt te…
Een weerwolf was een mens die een gedaanteverwisseling onderging wanneer hij een speciale halsband aandeed. De weerwolf sprong vaak bij iemand op de rug en liet zich dan dragen. De weerwolf koos zijn slachtoffers altijd zorgvuldig uit, want een…
Mensen die op een kruispunt hun ziel aan de duivel hadden verkocht, kregen van de duivel een zakje met een galgenjong erin. Daarmee konden die mensen alles doen wat ze maar wilden. Omdat die mensen verdoemd waren, probeerden ze alles om dat…
Sint-Pieter had een schelvis gevangen en hij had die vis achter zijn rug verborgen. In de nek van iedere schelvis kan men nog steeds de afdruk van de wijsvinger en de duim van Sint-Pieter zien staan.
Wanneer men vooraan in de kerk stond en door zijn trouwring naar de mensen keek, dan kon men de heksen in de kerk met hun rug naar het altaar zien zitten.
Een jongen was opgevoed door twee broers die een galgenjong bezaten. Het galgenjong zat in een doosje en leek op een duizendpoot, maar had rood vel op zijn rug. Iedere dag moest men het jong wat bloed geven. Bij hun dood gaven de twee broers hun…
Op een boerderij in Koolskamp werkte een Duitse schaper. Iedere avond omstreeks tien uur stond de schaapherder op en vloog met zijn vuile was op de rug van een geit naar Duitsland. Even later was de schaapherder al terug met schone kleren.