Kludde met zijn keet was een loslopende hond met een ketting, waarvoor de mensen 's nachts bang waren. Sommige vrouwen maakten hun kinderen bang door hen te vertellen dat Kludde met zijn keet kinderen meenam.
Op het kerkhof van Kester of Leerbeek zat een geest, zo vertelden de mensen. De dronkaards die altijd tot een gat in de nacht zaten te kaarten, schrokken zich haast dood toen ze de spookverhalen hoorden. De pastoor ontdekte dat het ‘spook’ een uil…
In een wilgenboom tussen Zwevegem en St.-Louis zat een doodkeers. Daarom durfde niemand voorbij die boom te wandelen. Het spooklicht sprong van de ene tak naar de andere en liet een handafdruk achter in de deur.
Een man die varkens slachtte, die bestemd waren voor consumptie in Engeland, had een werkman in dienst. Die werkman werkte vaak tot middernacht en ging dan te voet naar huis. Op een nacht zag de werkman bij de kerk een tafel staan, waar veel mensen…
Katrien B. was een heks. De vrouw ging wel naar de kerk, maar ze gedroeg zich vreemd en had een lelijk behaard gezicht. Katrien had haar heksenkunsten doorgegeven aan haar enige dochter. Daardoor kon het meisje muizen zonder staart maken door een…
In Neeroeteren woonde een vrouw die beweerde dat ze nergens bang voor was. Een man die de dappere vrouw een poets wilde bakken, slachtte een beest en gooide het vel over zich heen. Zo sloop de man op handen en voeten door de heggen. Toen de vrouw…
Een vrouw die nooit naar de kerk ging, besloot bij de buren een paasnagel te gaan vragen omdat haar zoon door de kwade hand was geraakt. Het was zelfs zo erg dat de zoon niet meer in het donker naar zijn werk durfde te gaan. De vrouw gaf een deel van…
Twee mannen die beweerden nergens bang voor te zijn, trokken 's avonds naar de herberg. Opeens zagen de mannen een lichtje verschijnen bij een bespookte boerderij. Het lichtje werd steeds groter en groter tot het een vuurbol was. Daarna verdween het.…
Enkele kinderen die langs Wolvendael (Brussegem) naar Linthout (Brussegem) gingen, moesten voorbij het huis van een vreemde vrouw. Daar liepen de kinderen altijd heel snel omdat ze bang waren voor die vrouw.
Twee meisjes die petroleum moesten gaan halen, waren bang toen ze onderweg een toveres tegenkwamen. De toveres leek wel een man die vrouwenkleren droeg. Bij hun thuiskomst vertelden de kinderen aan hun vader dat ze door een toveres waren…
Vroeger waarschuwde men de kinderen voor oude vrouwen die alleen woonden. Dergelijke vrouwen werden namelijk vaak verdacht van hekserij.
In Ieper woonde een heks bij wie men ooit alle toverboeken is gaan ophalen.
Het spook van Hanskes was een weerwolf die op zaterdagavond bij de Croesmolen uit de beek kroop. Kinderen die zich niet wilden laten wassen, werden door de weerwolf in het water getrokken.
Een schoolmeester vertelde aan de koster dat zijn zoon toch zo'n bang kind was. "Dat is niet erg", zei de koster, "laat hem vanavond de klokken maar komen luiden". Toen de jongen die avond de klokken luidde, vielen er plots negen beenderen en een…
Een knecht die wist dat de meid ergens naartoe moest gaan, verkleedde zich met een laken over zijn hoofd als spook. Met een houten knuppel sloeg de meid de knecht neer.
Drie mannen die terugkwamen van de kermis in Zolder, wandelden door het Vogelsangbos. Eén van de mannen zei: "Frisse, geef mij je hoed eens, dan zal ik erin plassen". Een andere man was stiekem verdergelopen en stak zijn hoed van achter een struik…
In Beigem kwam vaak een leurder met een grote hoed, die de mensen bang maakte door te zeggen dat hij mensen zou betoveren als ze niets van hem kochten.
Een echtpaar bracht met de kruiwagen hout naar Maastricht. Toen ze voorbij de Maaswei kwamen, kroop de hond plots onder de kruiwagen. De hond was bang omdat hij de weerwolf had geroken. De mensen geloofden dat Fritske de weerwolf was, omdat die…
In een boom zat een grapjas die een voorbijganger wilde bang maken door voor spook te spelen. Toen de grapjas boven zich een echte geest in de boom zag zitten, viel hij naar beneden van angst.
Een zekere M. werd onthoofd omdat hij lid was van een roversbende. Wanneer de rovers een inbraak pleegden, bonden ze de bewoners van het huis vast in hun bed zodat ze het hele huis konden plunderen. Soms vermoordden ze ook mensen. In 1910 mochten…
Een knecht werd op zijn weg naar huis gevolgd door een grote zwarte hond. Omdat de knecht bang was, vluchtte hij snel naar de stal. De hond liep echter dwars door de halve deur naar hem toe.
Weerwolven waren mensen die een dierenvel droegen en voorbijgangers besprongen. Nadat ze zich een tijdje hadden laten dragen, lieten de weerwolven hun bezwete en bange slachtoffer met rust.