In een café in Maasmechelen had men twee zoontjes van wie er één een handicap had. Op een nacht zat er een kat in de kamer van het jongetje. Toen de kat tegen de muur omhoog liep, probeerde de moeder van het kind het dier weg te slaan. Die nacht…
Over de muur van het kerkhof wandelde iedere nacht een grapjas met een wit laken om zich heen. De mensen geloofden dat de verschijning een teruggekeerde dode was. Op een avond trok een dappere man met een stok naar het kerkhof. De man sloeg het…
Een man was 's nachts al driemaal door de mare bereden. Eén keer kon de man niet meer bewegen omdat hij werd bedreigd door iemand met een bijl. Een andere keer stond de man op een muur die in het water stond. De man had het gevoel dat iemand hem…
Een man die in en huisje van takken en leem woonde, had altijd een fles jenever bij zich, wanneer hij bij een dode moest waken. Wanneer hij halfdronken was, kon de man de stank beter verdragen. Een grapjas had een koord rond de doodskist gebonden…
De alvermannetjes die in een berg in Zutendaal woonden, braken de pas gemetste muren van de kerk af. Daarna heeft men de kerk op een andere plaats gebouwd.
Een vrouw die met haar zoontje naar huis wandelde, kon plots niet meer verder omdat er de hele tijd een kat tussen haar benen door liep. Toen de vrouw thuiskwam, zag ze op de kast wel vier of vijf katten zitten. Daarop stak de man een petroleumlamp…
Een man die moest gaan loten, zag 's ochtends op de stalmuur de volgende tekst staan: "Veel geluk met nummer ...." De man ging loten en trok het nummer dat op de stalmuur had gestaan, waardoor hij geen soldaat moest zijn. Bij zijn thuiskomst zag de…
Een man uit het dorp was leider van de bokkenrijders. De rovers gingen langs een ingebouwde kast hun vergaderruimte binnen. De bokkenrijders gebruikten vroeger blaaspijpen.
Op een boerderij had een zwijn duivelsjongen gekregen. De biggen klommen tegen de muren omhoog. Nadat de pastoor de boerderij had overlezen, waren alle biggen plots verdwenen.
Op een boerderij waar men een muur in de paardenstal aan het afbreken was, werden de werken plots stilgelegd. De pastoor ging de knecht vragen of hij een koffer bezat en dwong de jongen om de koffer open te maken. In de koffer zaten paardentouwen en…
Het Tempelhof in Slijpe had muren van wel één meter dikte. In dat Tempelhof zouden ook altaars gestaan hebben. Men vertelde dat er een onderaardse gang van het Tempelhof naar Nieuwpoort liep. De Tempeliers zouden daar met paarden door rijden.
In Dilsen stond vroeger een huis waar de bokkenrijders bijeenkwamen. Het huis had een stenen trap die leidde naar een overwelfde kelder. In het huis was ook een diepe put. Aan de kant van de oude Maas stonden beelden in de muur van het huis. …
Toen een rijke geus 's nachts op zijn sterfbed lag, hoorde men muziek spelen. De vrouw van de stervende zette het raam open, waarna de duivels het lijk kwamen weghalen. De hersenen van de man waren tegen de muur geplakt.
Een vrouw ging spoken bij haar buurvrouw omdat ze diens huis goedkoop wilde kopen. De vrouw ging 's avonds of 's nachts tegen de muur van de kelder kloppen. Uiteindelijk heeft één van de mannen uit het naburige huis de spokende vrouw betrapt.
Bij de duivelskei in het bos van Rekem spookte het. Niemand durfde daar 's avonds te komen. Op een dag zijn de paters de kei uit het bos gaan halen. Nadat de kei ergens in een muur was ingemetseld, spookte het niet meer in het bos.
Toen Janneke G. met de kar naar Luik reed, werd hij gevolgd door een kat. In Vreren stapte Jan van de kar en sloeg naar de kat, die tegen de muur zat. Het volgende ogenblik stond er een vrouwtje tegen de muur, dat de man vroeg of hij dat nog een…
Een ridder die al zijn geld had verloren bij het kaarten, verkocht zijn ziel aan de duivel. Toen de ridder bij de afloop van het contract naar de duivel moest, werd hij gered door Sint-Gertrudis die achter hem op het paard zat. De brug waar dat…
Wie op bedevaart ging om de kwade hand te verdrijven, moest een paraplu tegen de deur zetten en zeggen: "Ga maar voorop, ik volg". Anders moest men een zware last op de rug dragen.
Een man hoorde altijd geklop op de muur van zijn huis. Omdat zijn vrouw graatmager werd, besloot de man samen met een vriend naar het klooster van Tongerlo te gaan. De pater gaf wijwater en een bidprentje en hij droeg de man op om het gebed negen…
Op de muur van het kerkhof wandelde een man die een wit laken om zich heen had geslagen. Toen men de man met een stok van de muur had doen vallen, hield hij er een gebroken been aan over.
Een jongen van de Verbrande Brug ging altijd op bezoek bij zijn vriendin. Op een dag schrok de jongen zich haast dood toen enkele van zijn vrienden met een laken over het hoofd op de muur van het kerkhof waren gaan zitten om de jongen bang te maken.