In een huis werd elke dag tot diep in de nacht gekaart. Alberts Rinse ging op een keer daarvandaan naar huis, toen hij buiten een grote grauwe hond zag met ogen als kolen. Die begeleidde hem naar huis en week niet van zijn zij. Met het zweet in zijn…
Een man klaagde over zijn buurman. Een ander adviseerde hem om door aardig te doen vurige kolen op zijn buurman's hoofd te stapelen. De man zei dat hij hoopte dat het branden wilde.
Vader ging er met zijn hondenkar al vroeg op uit. Moeder bleef intussen thuis, en draaide touwen. Op een ochtend wilde het maar niet licht worden. Moeder werd bang en bad tot God voor licht. Vader was op weg en zag midden op de weg drie kolen vuur…
Op de vaandels van Karel de Stoute stonden twee kruishouten, een vuursteen en een vuurijzer afgebeeld. In een hele koude winter werd Karel door Renatus verslagen en stierf hij. Renatus zei: 'O, ongelukkig vorst, die dacht de hele wereld aan te steken…
Er waren eens een koning en een koningin, die een heel mooi dochtertje, Sneeuwwitje, hadden. De koningin stierf en de koning trouwde met een hele akelige vrouw. Ze liet Sneeuwwitje naar het bos sturen, maar Sneeuwwitje werd op een gegeven moment…
Bartje Poep komt bij klompenmaker Gerrit Lentveld, de Blekker. Gerrit was zo hard als staal, hij was op de cent. Voor een jutten zak vol met houtresten vraagt Gerrit vijftig cent. Bartje vindt dit teveel voor resthout, en naait vier zakken aan…
Anansi in de kool. Anansi weet een tijdlang ongemerkt kool uit de groentetuin van koning Kownoe te stelen. Maar dan wordt hij gesnapt. Uiteindelijk weet hij dankzij een web met een vals briefje eraan toch zijn straf weer te ontlopen.
Bartje Poep liep met een zak aardappels (of: kolen) en mocht mee liften met een kar. Toch hield hij de zak op z’n schouder [omdat hij blij was dat hij zelf al mee mocht liften].
Bartje Poep mag met een zak kolen meerijden van de kolenboer en gaat achterop [de kar] gaan zitten. Aangekomen op de Kil ziet de kolenboer dat Bartje de hele tijd z’n zak op de rug heeft gehouden. Hij was al blij dat hij zélf mee mocht rijden.
Bartje Poep vraagt of hij mag meerijden. Hij klimt op de wagen, maar hij houdt zijn zak met kolen op de rug [om het paard/de man niet te belasten]. Bartje had geen zak met aardappelen, maar een zak met kolen bij zich.
Bartje Poep moet kolen halen bij de kolenboer en loopt terug naar de Kille. Iemand zegt dat hij op de wagen mag staan. De man zegt iets later dat hij de zak wel op de grond mag zetten, die hij op zijn rug houdt. Bartje antwoordt dat de man [het…
Bartje Poep loog dat er een boot met kolen zou langskomen. De mensen mochten het niet door vertellen. De kolen konden worden ingeruild[?] voor waardevol materiaal. De mensen kwamen echter niet meer terug, en Bart begreep er niets van. Bartje werd…
Een werkman, die in de kerstweek zonder hout zit, gaat met een kruiwagen het bos in om hout te stelen. Het knarsen en piepen van de wagen klinkt als: "Heb ik het niet gedacht?" en "Als dat maar goed gaat." Zijn vrouw zegt, dat het inbeelding was.
De papegaai van de kastelein roept de brandstofverkoper 'geef nóg maar tien mud anthrasiet' na nadat de kastelein zelf dezelfde bestelling al heeft gedaan. Als de kastelein in de gaten krijgt dat de papegaai hem een poets gebakken heeft, smijt hij…
Tijdens de oorlog was er veel saamhorigheid in de wijk. Er werd voedsel en brandstof gestolen en met elkaar gedeeld. De verteller stal meel uit de Duitse bakkerij. Zijn vader stal cokes.
Papegaai hoort vrouw tegen brandstofhandelaar zeggen dat hij twee mud kolen kan brengen. Bij afwezigheid van haar zegt de papegaai tegen een andere brandstofhandelaar dat hij tien mud kan brengen. Bij het bezorgen daar van geeft de vrouw de papegaai…
Jelle moet naar het stadhuis en heeft een gummiboord om. Als hij hierheen roeit, wil een stoomsleepboot hem inhalen. Hij wil deze boot voor blijven. De kapitein gooit extra kolen in de ketel om zo hard mogelijk te gaan. Dan ontploft de ketel. Jelle…
Een stedeling zat onder een eikeboom. Naast zich zag hij een groentetuintje waar hele grote kolen groeiden op hele kleine stronkjes. Aan de boom zag hij hele kleine eikeltjes. Hij vroeg zich af of niet de grote kolen aan de grote boom moesten groeien…
Een boer hoort, terwijl hij in bed ligt, konijnen schreeuwen. Als hij het licht aandoet, ziet hij dat de konijnen al bibberend naar boven worden getrokken alsof ze door een onzichtbare hand worden gedwongen. Ook zijn broer, die priester is, kan het…