Een jongeman wordt gered door witte wieven voor een val in een kuil. Uit dankbaarheid brengt hij hen een koek op een schotel. Later moet hij een wedstrijd doen met een andere boerenjongen om de hand van een boerendochter. De jongeman slaagt er als…
Het dwerghert Kantjil vlucht voor een tijger, maar valt daarbij in een kloof. Hij weet een hond in de kloof te lokken, door te beweren dat hij aan het schuilen is, omdat de hemel naar beneden zal vallen. Kantjil klimt op de rug van de hond en…
De Klokkuil te Zitterd is een kuil waar vroeger de klok van Steensel in verzonken zou zijn. In de Kerstnacht, om twaalf uur, hoor je nog de klok in de kuil luiden.
De duivel en de heksen wilden wraak op de klokken die in de torens werden geplaatst. Toen de klok voor de toren van Sevenum onderweg was maakten ze een plan. Ze lieten de kar vastlopen en pakten toen de kar, klok en de bewaker beet en gooiden alles…
Te Valkenswaard zat een menigte een haas achterna. Op de plek waar hij verdween zagen ze een vrouw zitten, die zei de haas niet gezien te hebben. Men was ervan overtuigd dat deze vrouw een heks was die zich in een haas had veranderd.
Een boerenechtpaar uit Westerwolde neemt een lifter mee op de kar. De paarden die de kar trekken worden buitengewoon moe, maar als de boer kijkt wat er zo zwaar kan zijn blijkt de lifter nergens te bekennen. Helemaal uitgeput bereiken ze de…
In Rijsbergen is er de 'Kattekuil'. Er zouden daar 's nachts een aantal katten de kattendans doen en als je er langs liep, moest je verplicht mee doen. De katten konden niet verwond of gedood worden, ze kwamen dan achter je aan.
Bartje Poep dekt in de winter zijn aardappelkuil af. Iemand uit de buurt, een scharrelaar, zegt dat er aardappels worden gestolen op zijn land, waarschijnlijk door ongedierte. Bartje zet hierop een klem in de opening van de aardappelkuil. In de…
Er wordt verteld dat in Steensel een oud kaboutervrouwtje woonde, die 's nachts het gesponnen garen van de omwonende boerinnen haspelde. Maar zij is langen tijd geleden zomaar verdwenen.
Men zei dat er op de Kempische heide een schat begraven lag. Twee arme boeren gingen 's nachts schatgraven. Op een nacht stuitten ze op een kist. De duivel was in hen gevaren, ze waren blind van hebzucht. Moeizaam probeerden de boeren de kist uit de…
Een wonderdokter laat een man die helemaal onder de pukkels zit een diepe kuil graven. De kuil is zo diep dat alleen het hoofd van de man er nog bovenuit komt. De wonderdokter gooit het gat hierop dicht maar zorgt ervoor dat het hoofd van de man vrij…
In een spookschuur gebeuren vreemde dingen: het licht springt 's nachts zomaar aan en overnachtende mensen zinken weg in een diep gat. De eigenaar van de schuur heeft ooit trouw gezworen aan de duivel.
Een man had altijd zo'n last van jeuk. Een wonderdokter liet hem op een avond bij zich komen, en liet hem in een gat in de tuin gaan zitten. Na een tijdje kwam de man eruit. Hij had allemaal rupsjes over zijn lijf, die de kwakzalver verwijderde. Na…
Een man werd eens voor straf in een diepe kuil gegooid. In de kuil zaten allemaal aardmannetjes, die op elkaar gingen staan. Ze vormden een trap en de man ging erop naar boven. Maar toen hij bijna boven was, riep het onderste aardmannetje: "Laat hem…
Een man uit Bremen is voor het eerst in Amsterdam en zit aan tafel. Een vrouw heeft een kuiltje in haar eten gemaakt zodat ze haar hapjes daar in kan dopen. De man zegt vervolgens of hij ook eens in haar gat mag dopen.
fietelen: met een natte vinger over een ruit wrijven, zodat het piept.Over schoolmeester Berk en zijn vele bijbaantjes. Eens fietelde hij bij de werkplaats van de Keldersen, werd betrapt door Marte, die hem terugpakte door een diepe kuil te graven…
Een kremer uit Oirschot wil de schat van Velderen gaan lichten, gaat met schop en bijl erheen, hoort een beest aan een ketting rammelen. Komt op de hei op de plek, graaft, vindt de kist, maar net als hij hem wil lichten, springt een hond met ketting…
Bij de Thijssemênnekes kwamen altijd katten op bezoek. Als Toontje zei:
"Heske, pieske, poeske
Waorvan kumde gij?
Goei buurmans katten
kommen nie muizen bij mij".
Dan verlieten de katten d'n hêrd van Jan en Toontje en liepen naar huis toe.
Als Januske van Drunen 's avonds de lantaarns uitblies en de klok 10 uur sloeg, kwamen de katten uit de wijde omgeving via het Kattestraatje naar de kuil in de Lummelenkooi, waar ze omheen dansten poot aan poot en zongen:
Hoe paas mij die kovelet…