Een vrouw uit het bos van Epineux die bezoek kreeg van een zigeuner die om brood kwam bedelen, sprak tot de schooier: "Marche, tu m'emmerdes!" Daarop antwoordde de zigeuner: "Tu vas manger de la merde!" Toen de vrouw de volgende ochtend naar haar…
Op de Stokrooiebrug liep altijd een kat rond, die voorbijgangers de weg versperde. Toen iemand op een dag de kat had gestampt, wist men wie het dier was.
Een haas legt uit dat de egel op de weg veilig tussen de twee koplampen moet gaan zitten. De egel wordt niettemin doodgereden omdat het een driewieler was.
Toen Tijl Uilenspiegel nog een kind was, kwam er een ruiter langs toen hij alleen thuis was. De man vroeg of er iemand was. Tijl antwoordt: ja, anderhalve man en een paardenkop, Tijl legt uit waar zijn ouders zijn, en adviseert de man om te rijden…
Drie “ouwe jonkheden” (ongetrouwd gebleven boerendochters) zien ’s avonds laat als ze naar huis lopen een doodskist op de dijk staan. Als ze er onderlangs de dijk aan voorbij willen lopen, beweegt de kist en gaat ook van de dijk af. Als de vrouwen de…
Een jongen mag van zijn tante 's nacht niet langs een bepaalde weg, langs de molen, lopen, want het zou daar spoken, vooral bij volle maan. De jongen heeft er echter nooit een spook gezien.
Op plaatsen waar mensen vroeger lichtjes zagen branden werden later huizen en barakken gebouwd.
Oma zag witte en rode "vuurballen" langsgaan. Later kwam er een weg waarop auto's met witte koplampen en rode achterlichten voorbijreden. Oma zei verder…
Een man kreeg 's avonds een op een zandweg een enorm pak slaag. Toen ze ’s anderendaags met vier, vijf buren gingen kijken zagen ze dat het Lutjekerltje (lutje = klein) was, een klein mannetje met paarden- en mensenpoten. Mensen durfden ’s avonds…
Twee knechten sliepen op een kamer. Een ervan was broodmager, want elke nacht kwam een merrie voor het raam. Die moest hij de hele nacht berijden. Op een nacht bereed de dikke haar en die liet haar bij de smid beslaan. De boerin had hoefijzer aan…
Vanaf nu, mag niemand meer de weg op, totdat er 14 dagen op rij geen dodelijke verkeersongelukken meer zijn.
Daarna gaan we voorzichtig de wegen weer openen voor een willekeurig aantal groepen en er mag alleen nog maar de helft van de maximum…
van dinsdag 29 mei 1962 t/m donderdag 07 juni 1962
Een meisje had een kind gekregen maar de vader was er niet meer. Het kind is in het ouderlijk huis opgegroeid. Later is het meisje getrouwd, maar toen haar kinderen groot waren, vertelden ze dat er ’s nachts in het huis altijd een klein kind…
van dinsdag 29 mei 1962 t/m donderdag 07 juni 1962
Dieven komen ze binnen drie dagen weer bij hetzelfde huis. En als ze kunnen, komen ze binnen. Bij ons hadden ze kippen gestolen en de dag erna was er een kerel geweest die doeken op had gehaald. Acht dagen later kwam de politie ermee aan. Ze lieten…
van dinsdag 29 mei 1962 t/m donderdag 07 juni 1962
Een heimannetje riep altijd: hei, hei. Maar als je er bij kwam, dan waren ze weg. Je mocht niet tegen ze roepen, want het waren dingen die zich hadden overgegeven aan de duivel.
van dinsdag 29 mei 1962 t/m donderdag 07 juni 1962
Mijn vader vertelde hoe ze een keer de rogge aan het maaien waren. Er liep een kat rond die ze wel wilden wegslaan, maar ze konden haar niet raken. Uiteindelijk gingen ze op een kale bult zitten, zodat ze haar goed konden zien. Iemand heeft de hele…
In de jaren dertig kon je op het Kienveen en tussen Woold en Kotten ook dwaallichtjes zien. Men ging daar vaak kijken. Ik ben ook een keer geweest maar heb niets gezien, want ze komen niet op bevel. Maar veel mensen zeggen dat ze daar lichtjes over…
Bij de Stoffer voor Bredevoort liep altijd zo'n ding over de weg. Een voerman, Ten Bruil ging dan altijd op de wagen zitten en dan gebeurde hem niks. Maar op een keer ging er een met hem mee en bleef naast de wagen lopen. Ten Bruil waarschuwde dat…
Een man had een grote hond bij zich, die hij op een troep vogels afstuurde. Hij heeft de hond nooit meer gezien. Dat was vast spokerij, want de hond was opeens weg.
In Aalten liep om twaalf uur 's nachts altijd een grote zwarte hond. De vrouwen uit de buurt hadden de vrouwen een bijeenkomst, maar konden niet naar huis omdat de hond voor de deur lag. Een paar andere vrouwen wilden weten wat er aan de hand was. Ze…
Een Roomse vrouw was gestorven voordat ze het sacrament had gekregen. Men kon haar elke avond over de weg zien lopen, want ze kon geen rust vinden. Floors en Boevink wilden weten wat er aan de hand was. Het bleek de pastoor te zijn.
Op de weg van Haaksbergen naar Oldenkotte reed een wagen met twee paarden. De paarden liepen opeens weg van de wagen en ook weer terug voor de wagen, terwijl de voorman niks deed. Op de weg terug gebeurde hetzelfde. De paarden werden vanzelf uit- en…