In een huis in Heppeneert zaten enkele boeren te kaarten. Plots kwam er een vreemdeling binnen, die vroeg of hij mocht meespelen. Even later waren plots alle klaveren uit het kaartspel verdwenen. Toen één van de boeren op de grond keek, zag hij…
Mier V.D.H. uit Zonhoven kon de wratten van de dieren wegnemen. Een man wiens vaars grote wratten had, kreeg de raad om een stuk zwarte stopdraad in de grond te stoppen. De man moest bovendien de eerste dag tien onzevaders en tien weesgegroetjes…
Als men 's morgens het gebed van Keizer Karel had gelezen, dan kon men die dag niet het slachtoffer worden van toverij. Dat gebed kon men gaan halen in Diegem of in Leest.
Als men een medaille onder de dorpel had gestoken, dan konden er geen…
De oude B. heeft in Membruggen een spook verbannen. Wanneer men dat deed, moest men het spook altijd tegenspreken. Toen het spook zei: "Het is warm", antwoordde B.: "Waar jij zal komen, zal het nog warmer zijn!" Nadat de pater zijn gebeden had…
Na lang aandringen gaf de pastoor toe dat geesten werkelijk bestonden en dat de religieuzen er tot dusver nog niet in geslaagd waren om ze uit te roeien. Daarom bad men na de mis altijd het Sint-Jansevangelie.
Op een boerderij had men zoveel ongeluk met de dieren dat men uiteindelijk de pastoor liet komen. De pastoor stelde vast dat er een slechte geest aanwezig was en bleef alleen op de boerderij om te bidden. De pastoor zorgde ervoor dat de geest in de…
Een man wiens kind tussen middernacht en één uur altijd huilde, ging naar de paters. Onderweg werd de man gedurende tien minuten blind aan één oog. De paters van Hasselt stuurden de man naar huis en raadden hem aan om een paternoster te bidden. …
Omdat V. na zijn dood terugkwam om te spoken, liet men een pater komen om het spook te verbannen naar de Elckert. Aan een ketting werd het spook naar een boom geleid. Aanvankelijk had het spook nog de kracht om de ketting te verbreken, maar nadat…
Een jongen die met zijn vriendin ging wandelen, sprak onderweg tot het meisje: "Ik moet even een boodschap doen achter de haag. Mocht er ondertussen een grote hond op je af komen, gooi dan mijn zakdoek naar zijn muil". Het meisje deed wat haar was…
Rond een afgelegen boerderij in Avelgem liep altijd een vreemde man. De boerin zei: "Kom, we zullen onze gebeden bidden en dan zal dat wel voorbijgaan". Na een tijdje liet de man zich inderdaad niet meer zien.
Een toveres gaf de kinderen allerlei zaken om hen in haar macht te krijgen. Om ervoor te zorgen dat een toveres niet meer kon binnenkomen, moest men een hoefijzer of een gewijd gebed onder de dorpel leggen.
Als men iemand ongeluk had toegewenst, dan kreeg die andere persoon ook daadwerkelijk ongeluk. Een man wiens gerstveld vol mussen zat, ging in drie hoeken van zijn veld het Sint-Jansevangelie bidden. Eén hoek moest hij openlaten. Een tijdje later…
Mensen die iets misdaan hadden, belandden na hun dood in het vagevuur. Dergelijke doden moesten vaak terugkeren. Ze brandden dan hun hand in de deur om hun familieleden te laten weten dat ze voor hen moesten bidden.
Een man hoorde altijd geklop op de muur van zijn huis. Omdat zijn vrouw graatmager werd, besloot de man samen met een vriend naar het klooster van Tongerlo te gaan. De pater gaf wijwater en een bidprentje en hij droeg de man op om het gebed negen…
Een man die behekst was, werd 's nachts altijd schreeuwend wakker. Iemand bond de man een zakdoek met spek rond de pols. De man moest de zakdoek acht dagen aanhouden en acht dagen bidden. Daarna was die ziekte gedaan. De ziekte werd 'de fieflèn'…
Een kind zag zijn overleden tante elke nacht bij hem op het bed zitten. De pastoor raadde de mensen aan om naar Scherpenheuvel te gaan. Onderweg zei het kind: "Kijk, tante gaat mee over het water en het spat niet eens!" Toen de mensen een tijdje…
Enkele mannen gingen 's nachts wat hout stelen in het bos. Eén van de mannen bad een rozenhoedje opdat God de diefstal zou vergeven. Opeens werden de mannen omgeven door een kudde schapen die ze niet voelden wanneer ze er tegenaan liepen. Snel…
In Tongeren woonde een heks die een winkeltje had. Als de kinderen van de winkelierster een suikerklontje hadden gekregen, gebeurde het vaak dat er iemand ziek werd. Op een dag ging de moeder van een jongen uit het dorp samen met de heks op…
Een boer en een boerin kwamen 's nachts met paard en kar naar huis. Op zeker ogenblik bleef het paard stilstaan omdat het een geest had gezien. Dieren konden geesten waarnemen omdat ze zelf geen ziel te redden hadden.
Een boer die 's nachts…
Omstreeks elf uur 's avonds zag men bij een haag in Anzegem altijd lichtjes verschijnen. Het lichtje bewoog dansend heen en weer. Een half uur later kwam er een tweede lichtje bij en weer een half uur later nog een derde. Omdat de mensen bang…
Een winkelierster kreeg bezoek van haar neef die pastoor was. Toen de vrouw haar neef vroeg om haar varkens te genezen, begon de pastoor te bidden tot hij helemaal bezweet was en sprak: "Er zal hier een vrouw naar de winkel gooien. Je moet haar…
Pastoors konden heksen herkennen. Nadat de pastoor bij het begin van de mis de kelk had getoond, zei hij: "Bid broeders, want de heksen hebben een bijenkorf in hun nek".
Dwaallichtjes die men 's avonds op donkere plaatsen zag, waren zieltjes uit het vagevuur die niet in de hemel geraakten omdat ze doodgeboren waren of om een andere reden ongedoopt waren gestorven. De mensen geloofden dat ze bij het zien van zo'n…
Een vroedvrouw die 's nachts voorbij het 'spokkelbosselke' liep, werd tegengehouden door een troep honden met kettingen. De vroedvrouw ging een man uit de buurt vragen om met haar mee te gaan. Nadat de twee lange tijd hadden gebeden, konden ze voort.