van dinsdag 29 mei 1962 t/m donderdag 07 juni 1962
Mijn tante was nogal bang en als ze ging naaien – ze was naaister –, dan waren er hoeken waar ze niet langs kon. Toen is ze naar de paters gegaan en die hebben haar advies gegeven. En toen heeft ze nooit meer last gehad.
Mijn grootvader is vroeger naar Winterswijk geweest. Als hij naar huis liep, was hij altijd de weg kwijt en kwam elke keer weer bij Winterswijk uit. Hij was altijd op hetzelfde punt in de war. Hij ging even zitten om uit te rusten en dacht: dan moet…
Bij de Stoffer voor Bredevoort liep altijd zo'n ding over de weg. Een voerman, Ten Bruil ging dan altijd op de wagen zitten en dan gebeurde hem niks. Maar op een keer ging er een met hem mee en bleef naast de wagen lopen. Ten Bruil waarschuwde dat…
Een Roomse vrouw was gestorven voordat ze het sacrament had gekregen. Men kon haar elke avond over de weg zien lopen, want ze kon geen rust vinden. Floors en Boevink wilden weten wat er aan de hand was. Het bleek de pastoor te zijn.
Een jongen ging altijd op zondagavond brood halen. Men vond dat hij dat ook wel op een andere dag kon doen. Op een zondag ging hij weer, maar er was voorspeld dat hij de bakkerij niet zou halen. Onderweg sprong er een mannetje om zijn nek en zei:…
Een naaister werkt overdag bij de boer. Hij brengt haar 's avonds naar huis. Onderweg zegt de naaister: 'Wacht hier even, dan kun je iets moois zien.' Opeens komt er een groep katten tevoorschijn, die netjes in een rij lopen. De naaister zegt er een…
Een slechte man verkocht zijn ziel aan de duivel. Op een dag werd hij opgehaald, maar hij moest 's nachts steeds terugkomen naar de dijk bij de Eider. Als hij over de dijk heen is, zal het land overstromen.
De Doodemansweg is aan zijn naam gekomen door een griezelig voorval. Twee mannen liepen op een avond op de weg en dachten beide dat er nog een derde met hen meeliep tussen hen in: een dode man.
Het Marsdiep is aan zijn naam gekomen doordat vroeger op die plek marskramers met eb door het water van de punt van Noord-Holland naar Texel en omgekeerd gingen. Zij werden zelf wel nat, maar hun mars bleef droog.
In de Dollard wemelde het vroeger van de meerminnen die schippers lokten. Eens zag een visser de meerminnen op de banken en wilde er een vangen. Zijn maat vertelden hem dat als hij naar hen toe waadde, hij voortdurend "domme man" moest roepen. Toen…
van vrijdag 27 december 1963 t/m donderdag 27 december 1962
Je mocht hier nooit door 't karspoor door 't paardenpad lopen, 's nachts tussen twaalf en één uur. Deed je dat wel dan werd je aangevallen door een zwarte hond.
Die boeren vroegen dan: "Ben je niet bang voor de dwaallichtjes?". Die dwaallichtjes waren mensen die waren vermoord en die kwamen spoken. Die boeren waren daar zo bang voor, ze gingen 't bij de politie melden.
Je had van die mensen, die zagen dat al van tevoren. Dan keken ze maar over de deur en konden ze zo een begrafenisstoet zien. Daarom moet je ook niet midden op de weg lopen want dan werd je aan de kant van de weg gezet.
Roodkapje gehoorzaamt niet aan de waarschuwing van moeder om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven en niet te treuzelen. In het bos komt ze de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont, doet er met de wolf om wie het…
Ondanks de waarschuwing van moeder om onderweg naar grootmoeder niet te treuzelen plukt Roodkapje bloemen en speelt ze tot de avond met kinderen. In het bos ontmoet ze de wolf die haar niet meteen durft op te eten vanwege houthakkers die aan het werk…
Onderweg naar grootmoeder komt Roodkapje de wolf tegen, die haar niet meteen durft op te eten vanwege de houthakkers in de buurt. Hij vraagt waar ze naar toe gaat, Roodkapje vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De wolf stelt voor te…