In de melkerij in Rutten was de afromer stuk. Toen de smid samen met een vriend de afromer was komen halen, kwam hij onderweg Ann tegen. Daarop sprak de smid tot zijn vriend: "Kijk, daar is Ann! Men zegt dat zij alles kan!" "Daar geloof ik niets…
Bij de zager in Neeroeteren zaten op een avond enkele mannen buiten te praten. Plots hoorde men de wilde jacht met wondermooie muziek door de lucht vliegen. Hem de W. riep: "Hé wacht, ik ga mee!", waarop een stem antwoordde: "Wie met ons wil jagen,…
Enkele mensen floten naar de vuurman die regelmatig op 't Achterste Joppen rondvloog. De mensen moesten snel wegvluchten, want de vuurman kwam in razendsnel tempo op hen af. Toen ze de deur hadden gesloten, vloog de vuurman er met geweld tegenaan. …
Op een zondag zat een grappenmaker in een café een glas te drinken. Toen een man uit het dorp in het café binnenkwam, sprak de grappenmaker spottend: "Wie we hier hebben! Onze tovenaar! Men zegt dat jij kan toveren!" De tovenaar deed echter alsof hij…
Een vechtlustige man uit Trekschuren ging in een café een conflict oplossen. Toen de man alles kort en klein had geslagen, zei hij: "Ik vecht tegen iedereen, ook al moet ik tegen de duivel vechten!" Op de terugweg werd de man bij een draaikruis…
Een man die naar de vuurman had gefloten, haastte zich snel naar binnen. Zodra hij binnen was, hoorde hij een luide slag op de deur. De vuurman had zijn hand in de deur gebrand. De volgende dag was er van de afdruk echter niets meer te zien.
Een man uit Kortessem floot naar een vuurman en vluchtte daarna snel weg. De volgende ochtend stond in de deur van zijn huis een hand met vijf vingers gebrand.
Jiêk S. werd opgehangen omdat ze samen met de bokkenrijders schoenen had gestolen en omdat ze gestolen sjaaltjes voor de bokkenrijders had verkocht. Toen men de vrouw naar de galg voerde, droeg ze een pruik, waardoor iemand zei: "Hé Jiêk, hoe past…
Op de rand van de put van heks Alda J. zag een jongen een vuurbol die wel tien minuten onbeweeglijk bleef. Toen de jongen en zijn vader bijna thuis waren, zei de vader: "Nu mag je eens fluiten naar de vuurbol, maar dan moet je wel snel naar de…
Een zeventienjarig meisje was ziek geworden nadat ze bosbessen was gaan plukken. Op de heenweg was er een onweer geweest, waardoor de voeten van het meisje doorweekt waren. Daardoor had ze kou gevat. Toen het zieke meisje in haar bed lag, zag men in…
Een Ijslandvaarder die terug was van een reis, wilde naar de kermis in Adinkerke gaan. Met een toegangskaartje voor de danszaal mocht men de hele avond binnen en buiten lopen. De man had het kaartje van zijn buurman gekregen, die al was gaan dansen…
Op de Peerderkiezel aan de Vijf Geboden zag een man op een dag een vuurman over het veld van T. lopen. De man floot naar de vuurman en haastte zich dan naar binnen. Op de deur stonden vijf vingers van de vuurman gebrand.
Een man die onderweg was naar Vliermaal, zag plots een dwaallichtje. Hij lachte en zei spottend: "Kom en verlicht de weg voor me." Daarop vloog het dwaallichtje in de ogen van de man en verbrandde zijn hele gezicht. De man maakte snel een…
Enkele mannen zagen de vuurman op de tumulus. Toen één van de mannen naar de vuurman floot, rolde het vuur langs de berg naar beneden en sloeg er een vlam onder de deur nog vóór de man zijn huis had bereikt.
Een man die naar de vuurman had gefloten, vluchtte snel naar huis. Even later hoorde de man een luide slag op de deur. Toen hij ging kijken, zag hij dat er een grote cirkel in de deur gebrand stond.
Nolleke werd op een wagen door twee paters naar de galg tussen Opitter en Opglabbeek geleid. Onderweg spraken de paters tot Nolleke: "Bekeer je toch, want op je wagen zitten meer duivels dan de aardbodem kan dragen". Hoe de paters ook bleven…
In een weide in Essene liepen enkele veulens rond. Toen één van de veulens in een put was gevallen, gingen een aantal boerenjongens het dier bevrijden. De jongens trokken aan het veulen tot ze helemaal bezweet waren, maar ze slaagden er niet in het…
Een man die 's avonds met zijn vrienden was gaan kaarten, wandelde langs een gracht naar huis. Opeens zag hij een vreemd schijnsel in de gracht alsof de zon in het water scheen. Het was de vuurman.
De vader van de man was op een dag naar…
Een molenaar die naar de vuurman had gefloten, vluchtte snel naar binnen en gooide de deur dicht. De volgende dag stonden de klauwen van de vuurman in de deur gebrand.