Een boer die boter naar de markt van Kortrijk moest brengen, ging onderweg binnen in een boerderij in de hoop daar een kop koffie te mogen drinken. De boer zag het botervat draaien, hoewel er niemand te bespeuren was. Op het botervat lag een rood…
Een vrouw die laat terugkwam van de kermis, zag een hond met een rode zakdoek in zijn muil. Even later kwam de vrouw een jongen tegen, die de rode vezels van de zakdoek tussen zijn tanden had.
Op een boerderij werkten twee knechten van wie de ene een weerwolf was. Op een avond zagen de boer en de andere knecht hoe de jongen in een holle boomstronk kroop en even later verscheen in de gedaante van een weerwolf. Die knecht had bovendien een…
De vrouw van K. uit Gessel had een haag met rode bessen rond haar huis. Toen de vrouw zag dat Marie D. bessen aan het plukken was, zei ze: "Pas maar op, want van rode bessen krijg je luizen!" Bij haar thuiskomst zag Marie dat haar schouderdoek…
Een meisje vroeg tijdens een wandeling aan haar vriend of hij een rode zakdoek had. Als ze een weerwolf zouden tegenkomen, moest hij de zakdoek naar de muil van het beest gooien. Zo gebeurde het ook. De volgende dag zagen de jongen en het meisje…
In het dennenbos woonde een echtpaar van wie de vrouw een heks en de man een weerwolf was. 's Nachts liep de weerwolf rond met een rode zakdoek om zijn nek. De heks had haar man gedwongen om weerwolf te worden.
Een man die op het spookkasteel van Oostrozebeke werkte, kwam op een zondagnacht terug van het café. Boven de gracht rond het kasteel zag de man allemaal rode kaboutertjes zweven. Toen de man bij de brug over de gracht kwam, zag hij een spookkoets…
Een man die betoverd was, werd altijd op zijn kin en op zijn achterhoofd geslagen, hoewel er niemand te zien was. De man zag ook duiveltjes en wanneer hij naar de kerk wilde gaan, raakte hij verlamd. De man beweerde dat de rode duiveltjes die hij…
In een bos tussen Mol en Antwerpen woonde een jongen die nog nooit enige arbeid had verricht. Toen de jongen zijn legerdienst deed, maakte hij kennis met andere jongens die allemaal een beroep leerden dat hen veel voldoening gaf. Bij zijn…
Duitse schapers bezaten toverboeken waarin niemand mocht lezen. Op een zondag las een koewachter echter toch stiekem in een boek van de Duitse schaper die op de boerderij werkte. Even later liepen er allemaal rode ventjes rond op de boerderij. Toen…
Een man die naar de brouwerij in Vreren ging, zag in de Kellesteeg een grote zwarte hond, die met zijn staart in het gezicht van de man kwispelde. Een jongen die het verhaal van de man had gehoord, wilde de hond zelf ook wel eens zien. Toen de…
Oude P. schrok zich haast dood toen hij zag dat de vriend met wie hij stond te praten, plotseling veranderde in een hond. Omdat P. door de hond werd aangevallen, gooide hij snel een rode zakdoek naar de muil van het dier.
Enkele mannen die terugkwamen van de kermis, kwamen in Rutten een weerwolf tegen. Eén van de mannen gooide een rode zakdoek naar de muil van het beest. Even later ontdekten ze dat de weerwolf een vriend van hen was; hij had de rode vezels van de…
Een schaapherder ging iedere zondag in Duitsland schone kleren halen. Op een zondag wilde de koewachter met de schaapherder meegaan. Toen ze bij de Rijn kwamen, sprak de schaapherder tot de koewachter: "Daar staat een wit geitje. Je moet op dat…
Een jongen die met zijn vriendin aan het wandelen was, zag dat de maan begon te schijnen en sprak tot het meisje: "Ga jij maar gauw naar huis, want ik moet even een boodschap doen achter een struik. Als je door een beest zou worden aangevallen, gooi…
Men vertelde dat er een weerwolf in het huisje van Mie zat. De weerwolf werd ontmaskerd toen men rode vezels van een zakdoek tussen zijn tanden zag zitten.
Wanneer de rode mannetjes op het veld kwamen, was het werk in een mum van tijd gedaan. Wie stiekem keek naar de mannetjes, moest zijn deel van het werk echter zelf doen. Enkele mensen die in Frankrijk bieten gingen rooien, legden zich plat op de…
In Hakendover woonde een meisje wiens vader jong was gestorven. Op twaalfjarige leeftijd moest het meisje op een boerderij gaan werken. Na afloop van de zondagsmis mocht het meisje naar haar moeder gaan. Ze moest vóór het donker thuis zijn. Sinds de…
Een man haalde met zijn bijl uit naar een hond die een ketting om zijn nek droeg. Omdat de man door de hond werd aangevallen, gooide hij een rode zakdoek naar de muil van het beest. De volgende dag kwam de man iemand tegen, die een verscheurde…
Een man die door het broek naar huis ging, zag een rode vuurbol die haast zo groot was als een voetbal. De vuurbol zweefde ongeveer een meter boven de gond en bewoog de hele tijd op en neer.
In Stene zaten vroeger kaboutertjes die uit de bergen kwamen. Het waren kleine mannetjes - de grootste was zo'n zeventig à tachtig centimeter groot - met lange grijze baarden en rode mutsjes. Ze hadden allemaal een mandje in hun hand.
Een boer uit Zedelgem zag uit het ovenhuis een ventje met een rood mutsje komen, dat op een tafeltje zijn geld begon te tellen. De volgende dag sprak de koewachter tot de boer: "Ik weet waar hij dat geld verborgen heeft". De boer en de koewachter…