Een zieke man ging 's nachts zo wild tekeer dat men hem niet in het bed kon houden. De familieleden van de man kregen de raad om Suske die in het ziekenhuis werkte, te laten komen. Suske kwam naar de zieke met een koord waaraan een sleutel hing. …
De weerwolf liet zich vaak door mensen dragen. Op een dag had een man echter een mes op zijn rug vastgemaakt. Toen de weerwolf de man besprong, was hij gekwetst. Weerwolven die bloed verloren, werden weer mens.
Dofke B.ging op een ochtend okkernoten rapen. Onder de notenboom achter zijn huis vond Dofke een mooi mesje. Later op de dag ging de man zijn boterhammen opeten in een café in Hasselt. Toen Dofke het mesje bovenhaalde, sprak een vrouw uit…
De weerwolf zat altijd langs de weg te wachten tot er iemand voorbijkwam op wiens rug hij kon springen. Wanneer men de weerwolf kon laten bloeden, dan werd hij weer mens.
Op een dag was er een dappere man die de weerwolf een lesje wilde leren. …
Een jongen vroeg of hij eens mocht meevliegen met de Duitse schapers. Hij vergiste zich echter bij het uitspreken van de toverformule en zei "Tegen alles" in plaats van "Over alles en boven alles". Bij zijn terugkeer was de jongen zwaargewond.
Een…
De weerwolf was een soort hond. Wanneer de mensen 's avonds naar huis wandelden, moesten ze de weerwolf vaak dragen. Een slachter die de weerwolf al een keer had moeten dragen, nam de volgende keer een mes mee dat hij ter hoogte van zijn schouder…
Mensen die ergens goud hadden verborgen, moesten na hun dood terugkeren om hun geld te bewaken. Als ze met een mes konden steken op de plaats waar het geld verborgen was, dan waren ze verlost.
Op een ochtend werd Toon D.V. dood aangetroffen met een mes in zijn buik. Aanvankelijk dacht men dat de moord het werk was van de Heirovers, maar later bleken het de bokkenrijders te zijn geweest.
Een arme bedelaar kwam op een zomeravond aan in Maaseik. Vol luizen en vlooien viel de man in slaap onder een eik. 's Ochtends gooide de bedelaar zijn mes, dat vol ongedierte hing, op de markt en trok verder. Voorbijgangers die het mes zagen…
Een man werd tussen Lanklaar en Dilsen besprongen door de weerwolf. De man slaagde erin de weerwolf te verwonden met een mes. De zogezegde weerwolf was een iemand die mensen besprong om hun geld te stelen.
Een man die geen boter kon karnen, legde messen en vorken in het botervat en had daarna onmiddellijk boter. Men kon ook altijd wat zout in de melk strooien. Zout kwam immers uit de zee, die gewijd was.
Mensen die door de maar werden bereden, hadden een stilstand van het bloed. Ze hoorden alles rondom zich, maar konden niet bewegen of spreken. Als men de naam van die persoon noemde, dan was hij of zij verlost van de maar.
Op een boerderij in…
Een koopman die samen met zijn hond door de Boerendanswei wandelde, kwam tot zijn grote schrik de bende van Noë tegen. Omdat de man doodsbang was, liep hij snel naar het café vóór de kerk. Daar de man niet meer naar huis durfde te gaan, mocht hij…
Een jongen van veertien kreeg op vrijdag 12 mei 1900 een schop van een paard, waardoor zijn enkel werd verbrijzeld. De jongen werkte de hele vrijdag en zaterdag koppig verder. Omdat het op zondag kermis was in Maastricht, sprak de moeder tot de…
Een man uit Molenbeersel moest elke avond de weerwolf dragen. Toen de man op een avond de kans kreeg om de weerwolf met een mes te snijden, begon het dier te bloeden en veranderde het in een mens.
Wie door de maar werd bereden, had in werkelijkheid een stilstand van het bloed. Om zichzelf tegen de maar te beschermen, moest men twee messen gekruist naast het bed leggen.
Duitse schapers konden meer dan geestelijken en paters. Een schaapherder ging 's middags zijn boterhammen opeten in een café. Omdat de cafébazin betoverd was, zei de schaper: "Haal voor mij eens een glas bier; dat zal je nooit meer betoverd worden".…
Een weerwolf sprong iemand op de rug en liet zich dan dragen. Wanneer men een weerwolf kon doen bloeden, was hij verlost.
Op een dag werd een man besprongen door een weerwolf die op een omheining zat. De man sneed de weerwolf met een mes in de…
Op een heuvel in Opoeteren zat een weerwolf van wie men vermoedde dat het Michiel G. was. De weerwolf liet zich vaak dragen door mensen die hij dan aflikte en soms beplaste. Giel M., die ook vaak de weerwolf moest dragen, had op een dag het dier…
Bij de familie D. werden de paarden 's nachts in de stal bereden door de maar. 's Ochtends waren de paarden helemaal bezweet en hun manen en staarten waren gevlochten. Op een dag ging een knecht op de rug van één van de paarden liggen met een mes…
Bij Kalverjan op de Locht lag altijd een weerwolf met een dierenvel onder de kar. Tijdens het middagmaal kwam de weerwolf met zijn poten tegen de vensterbank staan. Toen één van de mannen het dier met een mes had gestoken, veranderde de weerwolf in…
In Haringe was een Duitse schaper op doortocht. Toen de schaapherder in de Gindermolen was, kwam daar een heer binnen, die over bijzondere krachten beschikte. Telkens wanneer de schaapherder een glas bier in zijn handen had, vroor het bier vast in…