Schovers waren lichtbollen die uit de moerassen kwamen. Wie naar zo'n vuurbol durfde te fluiten, werd door de bol achtervolgd en verbrand. Een man had vanuit zijn huis naar een vuurbol gefloten en vervolgens het venster gesloten. De volgende dag…
Dwaallichtjes zag men vaak in de buurt van moerassen. Een man die op een avond naar huis wandelde, raakte verdwaald door naar een dwaallichtje te kijken. Toen de man na lange tijd een perenboom van P. herkende, stelde hij vast dat hij zich nog…
In het kasteel van Beveren woonden twee heren die zich als tirannen gedroegen. Het kasteel is verzonken tussen twee cafés. Na hun dood liepen de kasteelheren rond in de gedaante van twee zwarte honden die aan elkaar waren geketend. Als er een…
Naar de Maten heeft men vroeger veel geesten verbannen. Onder begeleiding van een pater moest iemand de geest met een ketting naar het moeras leiden. Die persoon mocht onder geen beding achteromkijken. De pater bad dan voor die persoon tot ze op…
Een vrouw die geloofde dat ze een doodskaars had gezien, vluchtte snel naar binnen. Daarna hoorde de vrouw een bons op de deur.
Doodskaarsen waren in werkelijkheid niets meer dan lichteffecten die ontstonden uit moerasdampen.
Boven moerassen en beemden zweefden vaak dwaallichtjes. Dat waren de zieltjes van ongedoopte kinderen. Wie een dwaallichtje zag, moest bidden tot het verdwenen was en naar de hemel ging.
In Val zagen de mensen soms in de verte een licht bewegen. Dergelijke lichtverschijnselen werden veroorzaakt door gassen die opstegen uit de moerassen en reflecteerden in het maanlicht. De mensen geloofden dat dat een sjoofet was.
Een jongen was ziek en zijn moeder haalde een vrouw "die wat kon" erbij. Van stro en kruiden uit een gewijde kruidenwis vlocht de vrouw een band. Deze werd eerst op de zieke jongen gelegd en daarna om een bloeiende vlierstruik gebonden. Als de…
Een vrouw had erge last van ‘het kaaj’ (koude moeraskoorts, zie ook VODA_031_01) en was bang dat ze hieraan zou overlijden. Iemand had tegen haar gezegd dat ze negenennegentig noten moest eten. Dit deed ze. De honderdste noot gooide ze over haar…
In de negentiende eeuw bestond het gebied rond Montfort uit moerassen en plassen. Mensen waagden zich daar liever niet in het donker. Men kon daar een mensachtige schim zien, de Vuurman. De giftige adem van de Vuurman kon mensen ziek maken. Mensen…
Een man woonde nogal afgelegen. In de kerstnacht wilde hij naar het dorp gaan om de nachtmis bij te wonen. Zijn vrouw was ziek en kon niet mee.
Onderweg naar het dorp kwam hij langs de Galgenberg en op de helling zag hij een enorm grote hond met…
Op kerstavond klopte er een heer met een paard aan bij een boerderij. Hij vroeg of hij wat mocht eten en rusten en of hij zijn paard mocht laten drinken. De boer liet de heer binnen. Na de maaltijd vroeg de heer of de boer een potje wilde kaarten.…
Juffrouw Zonder Kop vraagt een herder om haar ’s nachts op een bosweg te ontmoeten. Daar moet hij een gouden sleutel uit de bek van een slang halen, maar de herder is bang en het mislukt. Op die plek is een kapelletje gebouwd.
van woensdag 19 september 1973 t/m maandag 17 februari 1975
In de Peel doen vele volksverhalen de ronde, mede door het vreemde, woeste landschap. Zo fietste er eens een man razend door het bos die dacht dat hij de duivel achterop zijn fietsendrager had, maar dat bleek een tak tussen zijn wielen te zijn.
Op de vlucht voor boeren komen roofridder en zijn schildknaap terecht in het Dolle Moer en sterven de verstikkingsdood. De ronddolende geest van de ridder lokt mensen het Dolle Moer in.
Volgens de voorspelling wordt het lijk van de ridder gevonden,…
Lang geleden woonde er een boer in Kessel-Hout die slecht met zijn vrouw kon opschieten. Op een zondagmiddag ging hij met haar wandelen. Hij deed alsof hij in een poel een grote snoek zag zwemmen en spoorde zijn vrouw aan om deze van dichterbij te…
Een mijnwerker hoorde in de mijn een klok bonzen. Een zware loszittende steen wordt ook wel een klok genoemd. Iemand die ook eens klokgelui in de mijn had gehoord vertelde dit aan een medearbeider, die erom moest lachen. De medearbeider werd enige…
Een herder hoedt zijn schapen in de buurt van de kattenkuil. Er komt een kar voorbij, waar de kist met geld vanaf valt. De herder verbergt de kist en ontkent de kist te hebben. Hij zegt: "Als ik de kist heb, dan mag ik hier in vuur en vlam…
Een meisje geeft een slang in het moeras warme melk. Daar krijgt ze steeds een goudstuk voor. De vader wil het zelf geven, maar de slang kwam nooit weer. Het meisje wordt ziek en heeft als grote wens nog eenmaal de slang te zien. Hij komt en zij…
Een meisje geeft een slang in het moeras warme melk. Daar krijgt ze steeds een goudstuk voor. De vader wil het zelf geven, maar de slang kwam nooit weer. Het meisje wordt ziek en heeft als grote wens nog eenmaal de slang te zien. Hij komt en zij…
Het Witte Wijf met de zeegroene haren komt dagelijks over het water. Zij behoedt schepen voor de woedende zee en op haar bevel kunnen Wadden droog komen te liggen.
Van de klokken die de broeders vóór de verwoesting van hun klooster in een moeras hebben laten verzinken, kan in stille nachten het gelui worden gehoord.