Op een boerderij in Beek werkte een knecht die vóór zonsopgang en na zonsondergang niet wilde werken. Op aanraden van de pastoor ging de boer in de kamer van de knecht op zoek naar een toverboekje. Toen de boer het toverboekje in het vuur had…
Een strandjutter kwam de pastoor tegen, die verontwaardigd zei: "Wel, ga je weer naar het strand op een zondag?" Op het strand vond de strandjutter een houten stokje. De volgende nacht stond de strandjutter om twaalf uur met het stokje op een hoge…
Een kleermaker uit Beernem die veel werk had, liet de kabouters komen om hem te helpen. De kabouters zorgden ervoor dat het werk in een mum van tijd klaar was en ze hingen de afgewerkte kledingstukken op kapstokken.
Kabouters hielpen ook vaak met…
Als men een kruisje tekende op het voetspoor van een heks, dan moest de heks omkijken. Op die manier waren enkele jongens erachter gekomen dat Zwarte Fles een heks was. Zwarte Fles beheerste het Frans en nog vele andere talen omdat ze een heks was…
De alvermannetjes hadden in Rotem een onderaardse gang gegraven. 's Nachts gingen de dwergjes overal het werk doen. In een boomgaard in Rotem heeft men zo'n gang ontdekt. Men heeft er tangen en allerlei ander gereedschap gevonden.
Een jongen die zijn studies voor pastoor had opgegeven, moest zijn vader helpen met het laden van mest. "Hoe zeg je dat in het Latijn?", vroeg de vader, waarop de jongen antwoordde: "Riekatus, mestatus op karratus". De jongen wilde naar de kermis…
In Halle woonde een man over wie men vertelde dat hij een tovenaar was. ’s Nachts moest die man de duivels werk geven. Hij goot dan een zak zemelen in een houtmijt en liet de duivels de zemelen eruithalen. Die man had zijn ziel aan de duivel…
Als er een huis in brand stond, konden de geestelijken de vlammen doen doven door hun hand uit te steken.
Een jongen had met zijn verloofde afgesproken om op vrijdag naar de pastoor te gaan. De jongen hield zich echter niet aan zijn belofte en reed…
Een man die in zijn tuin aan het werken was, voelde instinctief dat iemand in zijn toverboeken aan het lezen was. De man haastte zich naar huis en goot een potje raapzaad in de houtmijt. Daarna ging de man naar binnen om te vragen welk stuk uit zijn…
Als iemand duiveltjes had laten verschijnen door in een toverboek te lezen, dan moest die persoon een zak graan uitgieten in een houtmijt en de duiveltjes alle korrels laten verzamelen.
Een man die 's nachts terugkwam van zijn werk, kwam een zwarte hond tegen. De man gooide zijn spade naar de hond, maar slaagde er niet in het dier te raken. De hond wandelde de hele tijd naast de man. Het was de duivel die de man kwam duidelijk…
Doodkaarsen sprongen van de ene tak op de andere.
Een man die 's avonds om acht uur nog hout aan het hakken was, moest ophouden met werken omdat er een doodkaars naast hem was komen zitten. Op zo'n kaars mocht men immers niet slaan.
Bij Hellebos zat een spook dat soms in de gedaante van een zwart beest verscheen. Als men bij Hellebos aan het werk was bij zonsondergang, dan werd er vanuit het bos altijd met stenen gegooid.
Twee mannen, waarvan de ene een weerwolf was, werkten samen. De ene man ging altijd als eerste naar buiten, zodat hij zich achter een haag kon verbergen en de andere op de rug kon springen zodra die was buitengekomen. De weerwolf likte de andere man…
In Koekelare woonde een weduwnaar die was hertrouwd met een vrouw die zijn zoon niet kon luchten. "Al moet ik je aan de duivel verkopen, jij moet hier buiten!" sprak de stiefmoeder tot de jongen. Toen de vader op een avond samen met zijn zoon op pad…
Een jongen die bij een boer werkte, sliep bij de paardenknecht. Die knecht vroeg 's nachts altijd geld aan de jongen. Op een dag ging de jongen met de knecht mee naar Frankrijk.
[verhaal is onvolledig]
Als er roodkapjes (kabouters) op het veld zaten, dan werd er vaak veel schade aangericht. Om de roodkapjes kwijt te raken, moest men een kilo zout op een houtmijt gooien en de kaboutertjes de opdracht geven om alle zoutkorreltjes eruit te halen.
Een visser die met Allerheiligen terugkwam van de zee, kwam de pastoor tegen, die zei: "Wel, wat doe jij hier?" De visser moest daarna met zijn korf op zijn rug ronddolen omdat hij zijn huis niet meer vond. Nochtans stond zijn huis vlak voor zijn…
In een bos tussen Mol en Antwerpen woonde een jongen die nog nooit enige arbeid had verricht. Toen de jongen zijn legerdienst deed, maakte hij kennis met andere jongens die allemaal een beroep leerden dat hen veel voldoening gaf. Bij zijn…
Een man op zijn witloofveld aan het werk was, zag een vrouw uit het dorp voorbijkomen en riep naar haar. De vrouw deed alsof ze het niet horen en kwam even later dichterbij met de woorden: "Hoe gaat het?" en ze sloeg de man op de schouder. Daarop…
Een vrouw ging op een zondagmiddag koffie drinken bij een familie uit Poperinge. De man vertelde dat hij de afgelopen nacht naar een inbreker had geschoten. De kinderen hadden iets gehoord en één van de meisjes was haar ouders gaan wakker maken. De…