De alvermannetjes woonden in de stadswallen van Bree. In ruil voor voedsel deden de alvermannetjes het huishouden van de mensen; ze poetsten het hele huis en deden het koper en tin blinken.
De alvermannetjes woonden in de wallen rond de stad. Wie vriendelijk was voor de alvermannetjes, werd door de dwergjes geholpen, maar wie hen slecht behandelde, kreeg ongeluk. Alvermannetjes kwamen vaak bij boeren huishoudgerei lenen. Wanneer de…
Een boer in Keiem die bij een wal een gat had gegraven, vond een ijzeren koffer. Hij spande al zijn paarden in om de koffer boven te halen, maar tevergeefs. Omdat het maar niet wilde lukken, riep de boer: "Trek, duivels, trek!" Daarop viel de…
In 1871 is in Dadizele een boerderij afgebrand. Men heeft altijd gedacht dat de werkman van de boerderij het vuur had aangestoken. In werkelijkheid was de meid echter de schuldige. Op haar sterfbed heeft ze het bekend omdat ze anders niet kon…
Twee jongens mochten van hun vader niet meer gaan wandelen zodra het voorjaar was geworden. Toen één van de jongens vroeg waarom dat niet mocht, antwoordde zijn vader: "Op de wal zit dan een weerwolf. Dat is een heel lelijke man met tanden zoals…
Wie 's avonds voorbij de wal rond de boerderij wandelde, hoorde de waterduivel zuchten en met zijn kettingen rammelen. Voorbijgangers waren dan zo bang dat het angstzweet hen uitbrak.
Een meisje uit Harelbeke wandelde in het donker naar huis en kwam onderweg een juffrouw tegen, die haar een appel gaf. Nadat het meisje de appel had opgegeten, voelde ze zich ziek. Na een tijdje ging het zelfs zo slecht met het meisje dat men de…
Bij de wal was een plaats die betoverd was. Een man die daar op een dag voorbij kwam, zag een kerel met een grote hond staan. De man werd door een vreemde kracht gedwongen om in het water te springen. Daarna was hij natuurlijk kleddernat.
Een man die naar Nieuwkerke ging, zag bij de wallen grote honden die met kettingen aan elkaar waren gebonden. Dat waren waterduivels. Die waterduivels waren baronnen die door hun ouders verwenst waren.
Een knecht die iedere dag voorbij een wal moest, zag daar op een ochtend een wilg met wel duizend witte katten staan. De man liep naar huis zo snel hij kon. Hij had zelfs niet de kans om de voordeur open te maken; hij liep de deur letterlijk plat.…
Twee vrouwen die vlas waren gaan spinnen, kwamen terug langs de Bollewalletjes. Plots zagen de vrouwen een mooie witte kat. Eén van hen nam de kat op en droeg het dier mee in haar schort. Bij de Bollewalletjes sprong het dier in het water.
Vroeger stonden op één van de stadswallen van Bree twee dikke bomen. Op een dag besloot men om de bomen om te hakken. Toen de omstaanders zich luidop afvroegen hoe oud die bomen wel moesten zijn, sprak een alvermannetje: Deze boom was honderd…
In Nieuwmunster stonden twee Tempeliershoeves die door een onderaardse gang met elkaar waren verbonden. De Grote Hofstee en Het Claragoed kon men enkel betreden langs het hek en de ophaalbrug. Tempeliershoeves waren immers altijd omringd door een…
Op een boerderij waar de koeien vaak door de wallen en tussen de tabaksplanten liepen, kon men geen boter karnen. Omdat de mensen geloofden dat het ongeluk het werk van een heks was, deden ze mest in het botervat. Nadat het vat daarna grondig was…
Op het kasteel van Moorsele spookte het om middernacht. Wanneer men rond de wal van het kasteel liep, kon men muziek horen. De vrouw die daar woonde, was rijk, maar had een slecht karakter. Nadat ze de secretaris en andere belangrijke mensen had…
Een domme man denkt zijn praam vast te zetten door de vaarboom tussen de walkant en de praam in het water te zetten. De man is erg verbaasd als zijn praam de volgende dag weg is.